19 juni 2015 – 35

Een slechte generale

6 juni was het zover, de tweede ronde van de KNDB-bekercompetitie in Huissen. Ten opzichte van de eerste ronde was het team enigszins gewijzigd: Jacob Okken en Jan Mente Drent werden vervangen door Hilko Koning en ondergetekende. Hans Jansen en Jan Ekke de Vries hielden hun basisplek. Tegenstanders: VBI Huissen 2, DC Fryslân en DES Lunteren. Om een finaleticket te verdienen, moest er bij de eerste twee geëindigd worden. Wij als Ereklasseteam, tegen drie Hoofdklasseteams (in het seizoen 2015/2016 dan). Eitje, toch?

Eerste ronde

De wedstrijd tegen DC Fryslân. Foto: Jasper Lemmen

De wedstrijd tegen DC Fryslân. Foto: Jasper Lemmen

We begonnen tegen VBI Huissen 2 en dat begon goed: ik won na zo’n 20 zetten een schijf tegen Rob Schrooten en later de partij, zie fragmenten. Maar daarna verloor Hilko zijn eindspel tegen Emiel Leijser net wél, Hans won zijn eindspel tegen Marcel Janssen net níet. En Jan Ekke? Die won zijn eindspel tegen Dirk Joosten net wél. Tijdverdeling is belangrijk, zeker bij rapid; want, zoals Aleksej Domtsjev eens schreef (zij het in het Russisch): ‘Alle wegen leiden naar het eindspel’! Zo, 5-3 winst.

Tweede ronde

Daarna het sterker geachte Damcombinatie Fryslân, met een paar 1300-spelers. Op een gegeven moment was het op het vierde bord wapengekletter te horen: Douwe Edelenbos had een combinatie uitgehaald tegen Hilko en won. Hans speelde ondertussen een rustige partij tegen Gerlof Kolk (remise). Boeiend was het dus bij Jan Ekke (wildwest tegen Bastiaan Hollander) en bij mij (strategische partij tegen Taeke Kooistra). Jan Ekke bleek verloren te staan, maar wist een punt uit het vuur te slepen. Ik wist mijn voordeel tegen Kooistra te verzilveren en dus bleef de schade beperkt: 4-4.

Derde ronde

Voor het ingaan van de laatste ronde was de stand aldus: DES Lunteren 4 punten (beide wedstrijden gewonnen), Hijken DTC 3 punten, DC Fryslân 1 punt en VBI Huissen 2 puntloos. Voor ons volstond 4-4 tegen Lunteren en in de wandelgangen werd dan ook druk gespeculeerd over het fingeren van de wedstrijd. Dergelijke matchfixing heeft niemand wat aan (dan mag je op je vrije dag lekker drie potjes dammen op niveau en besluit je om de laatste maar te laten zitten?) en vooral DC Fryslân zou gepiepeld worden. Leuk gezegd en vol goede moed begonnen we, maar werden vervolgens op een keiharde 6-2 nederlaag getrakteerd… (Zie fragmenten voor een gemiste winst van mij.) Plots waren we afhankelijk van de andere wedstrijd; een 5-3 winst van Fryslân op Huissen 2 zou al genoeg voor ónze uitschakeling op basis van een slechter bordsaldo. Gelukkig werden we gespaard: het werd 4-4 en we konden opgelucht ademhalen. Onze held van de dag: Emiel Leijser van Huissen 2, die tegen Fryslân op het vierde bord won!

Volgende ronde

Er zijn nu nog acht teams over in de beker; morgen is de finaledag (knock-out, volg het hier live), wederom in Huissen. In de kwartfinale wacht ons WSDV met ‘die dekselse Groenendijk’ in de gelederen; geen kattenpis dus. Wél kunnen we wat versterkingen uit het Eerste Tiental oproepen en het is al bekend dat de Voorzitter mee zal gaan om een oogje in het zeil te houden – en mocht het echt nodig zijn – zelf mee te doen! Jammer is wel dat we onze held Emiel Leijser niet kunnen opstellen. Wellicht kunnen we na de derde plaats in de tientalcompetitie toch nog een prijs pakken. Andere favorieten zijn Witte van Moort en VBI Huissen; als we zo spelen als in de tweede ronde zijn wij dat in ieder geval níet. Maar een slechte generale…

Fragmenten

Diagrammen zeggen meer dan duizend woorden, dus hier nog een korte blik op de partijen zelf.

Diagram 1, Schrooten-Sipma

Diagram 1, Schrooten-Sipma

Rob Schrooten – Wouter Sipma, eerste ronde. 1. 32-28 16-21 2. 37-32 11-16 3. 41-37 6-11 4. 34-29 20-25 5. 39-34 21-26 6. 44-39 1-6 7. 50-44 17-21 8. 47-41. Deze openingsstand heb ik de laatste tijd zo’n tien keer gehad met zwart in allerlei wedstrijden (met veel mogelijke zetverwisselingen). Wit speelt zijn laatste tempo uit en dwingt zo bij zwart een verzwakking af. 8. … 14-20(!) 9. 29-23 18×29 10. 34×14 10×19. Nu blijft wit met een zware lange vleugel zitten en moet daar iets voor bedenken; wit moet de beslissingen nemen terwijl zwart wacht. Dat is ideaal voor als je spel wilt krijgen tegen rustige spelers; vooral Valneris heeft er veel mee geëxperimenteerd (met onder andere een mooie overwinning op Ron Heusdens) en ik zou het dan ook de ‘Valneris-opening’ noemen. Ook in deze partij heb ik snel succes. 11. 31-27 19-24 12. 40-34 12-18 13. 44-40 7-12 14. 49-44 5-10 15. 34-29 13-19 16. 37-31 26×37 17. 42×31. Zie diagram 1. Deze volgorde van zetten had ik nog niet eerder gezien, dus ik moest wat improviseren. 17. … 9-13!? Deze zet is niet de sterkste, maar gaat voor goedkoop succes. Zwart wil immers 31-26 liever niet toelaten, in verband met vereenvoudigingen. In de partij kwam die toch en ik won op standaardwijze een schijf: 18. 31-26? 24-30! 19. 26×17 (het maakt niet uit hoe wit slaat, altijd volgt 30-34 met 1-om-2) 11×31 20. 36×27 30-34 21. 39×30 25×23 en na nog 14 wederzijdse zetten gaf wit op.

Om terug te komen op de diagramstand: die heeft zich twee keer voorgedaan, twee partijen van Maarten Nas. Hij speelde de ene keer 9-13 (tegen Soumah, 2008) en de andere keer 8-13 (tegen Nina Hoekman 2011). Wat is nou de beste? In de partij tegen Soumah besloot Nas na 17. … 9-13 18. 40-34 (wijselijk! – anders komt wit sterk tot de opstelling met 40-34, 44-40 en 41-37) tot de ruil 18. … 24-30 19. 35×24 19×30. Als wit daarna 20. 31-26 speelt, is de muziek er wel uit voor zwart. Daarom lijkt mij 17. … 8-13(!) aangewezen. Na 40-34 is de damzet 18-23, 24-30 goed tot winnend voor zwart; na 18. 41-37 kan zwart op z’n minst met 18. … 21-26 19. 40-34 10-14 (óf de damzet met 18-23, 24-30, die misschien wel winnend is voor zwart) 20. 44-40 24-30 21. 35×24 19×30 etc. aansturen op het verloop van Heusdens-Valneris. Blijft over de zet die Hoekman in de partij speelde: 18. 31-26 3-8 19. 26×17 11×31 20. 36×27 2-7. Nu lijkt de witte stand genormaliseerd; zwart kan echter spelen tegen de verstopte schijf op 44 met 18-23 op de volgende zet.

Diagram 2, Sipma-Lammers

Diagram 2, Sipma-Lammers

Wouter Sipma – Harmjan Lammers, derde ronde. Zie diagram 2. Een harde les voor mij: ik vergreep me aan 57. 9-4? en moest na 57. … 15-20! akkoord gaan met remise. Na 58. 24×15 41-46 59. 4-18 46×5 60. 18×1 is er echt niets meer dat wit kan proberen om te winnen. De diagramstand is wel gewonnen, door het tussenzetje 57. 24-19! Dat maakt het mogelijk om te promoveren op 3. 57. … 41-46 (57. … 15-20 58. 9-4 41-46 59. 4-27! is helemaal kansloos voor zwart; de dammenruil met 27-32 is onafwendbaar) 58. 9-3! 12-18 59. 23×12 46×5 en dit eindspel is gewonnen voor wit. Het gaat erom dat wit op het juiste moment 29-24 speelt, zonder dat hij daarbij het weggeven van schijf 15 toelaat (waarmee anti-Scouppe – remise dus – ontstaat). Zie voor de winstvoering het verslag op de site van AllDraughts, waarop ook meer fragmenten te vinden zijn. In deze wedstrijd stonden we al met 5-1 achter, maar het had zo een belangrijk punt kunnen zijn; in de finale morgen zal het beter moeten!

<<< 15 februari 2015

>>> 10 augustus 2015

One Response to 19 juni 2015 – 35

  1. Cyril Sluisdom says:

    Een goede fantastische maar ook vooral een leerzame rubriek. VOORAL DOORGAAN.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.