Een nieuw begin Roel Boomstra

Met het NK Dammen 2018 dat vlak voor de deur staat lijkt me het tijd voor een nieuwe column. Op de toernooisite van het NK, nk2018.kndb.nl, introduceert Piet Bouma mij als: Roel Boomstra (25): wat is zijn doel?

Om die vraag te beantwoorden kunnen we het beste eerst even een stukje terug naar mijn vorige column: ‘Mijn jaar als wereldkampioen’. In 2016 was ik op de toppen van mijn kunnen. Ik reikte tot de 2e plek op de wereldranglijst (eerst achter Alexander Shvartsman, daarna achter Alexander Georgiev). De match om de wereldtitel tegen Jan Groenendijk wist ik overtuigend te winnen waardoor ik me een jaar lang wereldkampioen mocht noemen. Voor 2017 had ik ook hoge verwachtingen, maar die kwamen niet uit. Voor het eerst in meer dan 10 jaar eindigde ik bij geen enkel toernooi met lange bedenktijd op het podium (onder andere Salou Open: 14e, Nijmegen Open: 4e, Polish Open: 7e). In de vorige column schreef ik nog te hopen om te pieken op het WK 2017. In zekere zin piekte ik daar, want ik liet mijn beste spel van het jaar zien. Dat stond echter in schril contrast met het succesjaar 2016; in 2017 haalde ik de WK-finale niet.

Voorlopig lijkt het goed om terug te gaan naar de basis. Een soort nieuw begin. Hard trainen, maar vooral ook plezier hebben in dammen. Toen ik de mogelijkheid kreeg om mee te doen aan het NK 2018 heb ik besloten deze kans aan te grijpen. Het doel voor het komende NK zal zijn om te strijden voor wat ik waard ben, maar ook om weer echt te genieten van prachtige damspel. Afgelopen tijd heb ik namelijk zoveel mooie ideeën op het dambord gezien. Hierbij twee leuke fragmenten uit eigen partijen, waar ik na het NK hopelijk enkele aan toe kan voegen!

41…11-17 42.27-22?

45…27-32!

50…49×38! Z+











Mijn bondscompetitiepartij tegen Nick Waterink was rijk aan ideeën. Na afloop van de partij bekeek ik samen met Nick of in het linkerdiagram 41…11-17 een waardevol alternatief was voor het gespeelde 41…03-09(?). Nick gaf aan dat hij dit achterwege had gelaten in verband met 42.27-22?, 43.32×21 gevolgd door 44.34-29 45.29×07 met schijfwinst, waarop ik antwoordde dat mijn ervaring is dat dit doorgaans een remiseafwikkeling betreft. Pas toen ik thuis kwam viel het mij op dat het in dit geval niet eens remise oplevert: zwart wint!     Er volgt namelijk 41…11-17 42.27-22? 18×27 43.32×21 23×43! 44.34-29 16×27 45.29×07 (zie diagram 2) 27-32! 46.37×28 19-23 47.28×19 15-20 48.25×14 03-09 49.14×03 43-49 50.03×21 (zie diagram 3) 49×38 Z+

28…01-06!

33…11-17!

wit aan zet, zwart wint











Het tweede fragment komt uit een analyse van een partij van mij op de onderlinge bij Het Noorden tegen Danny Staal. In de opening beging hij een grote onnauwkeurigheid, maar het was interessant hoe ik, met zwart, zou moeten winnen bij het beste verweer. In de analysestand in het linkerdiagram speelt zwart de stille zet 28…01-06! Dit bereidt voornamelijk schijfwinst voor met 12-18, 17-21, 13-19, 11×42, 19×08 +1. Daarnaast heeft deze zet het voordeel dat 29.47-41? simpel is verhinderd door 24-29, 12-18, 16×47+ en wint zwart op z’n minst positioneel na 29.38-32 24-30 30.43-39 13-19 etc.
Op het oog het meest taaie verweer lijkt dus 29.38-33!? waarmee wit willens en wetens de volgende afwikkeling toelaat: 28…01-06! 29.38-33!? 12-18 30.31-27 18-23! 31.28×08 17×50 32.07-02 35×44 33.02×35 (zie diagram 2) Tijdelijk staat wit een schijf achter, maar deze wint hij direct terug. En heeft daarnaast de zwarte dam niet wat weinig bewegingsvrijheid? Nee! Zwart speelt het fraaie 33…11-17! 34.49×40 16-21! 35.27×16 06-11 36.16×07 17-21 37.26×17 49×02 (zie het rechterdiagram). Inmiddels staat wit een schijf voor in het eindspel, maar de witte dam staat muurvast. Zwart speelt simpel 38…03-09 gevolgd door 39…09-13. De enige manier waarop de witte dam nog in leven kan blijven is 34-30 25×45, maar het spreekt voor zich dat zwart met twee dammen tegen één ook wint.

zwart aan zet wint!

hint: zo moet het niet, zaz =











Tot slot nog een eindspelopgave voor de lezer. In een sneldampartij tegen de huidige Nederlands kampioen, Martijn van IJzendoorn, kreeg ik met zwart het eindspel uit het linkerdiagram op het bord. De opdracht luidt: zwart aan zet wint. Daarbij kan ik alvast de hint geven dat wit zijn enige kans om dit eindspel te verdedigen erin schuilt het bekende remise-eindspel in het rechterdiagram te bereiken (met zwart aan zet). Ik slaagde er niet in het eindspel in het linkerdiagram tot winst om te zetten. Martijn kreeg namelijk controle over de lijn 1/45 en kon het rechterdiagram bereiken. Aan u de schone taak dit te voorkomen en wel te winnen. Wat kan dammen toch mooi zijn!