2 juli 2013 – 25

Eindspel

Voor veel partijdammers zorgt het eindspel vaak voor kopzorgen, omdat het zo hondsmoeilijk is en vaak mis gaat. Toch is eindspel, ondanks dat het moeilijk is, ook heel mooi en daar maken bijvoorbeeld componisten graag gebruik van. Soms komt het echter óók in een partij (of analyse) voor dat een variant heel ’mooi’ uitkomt. Zo vond ik samen met Martin Dolfing en Jan Groenendijk bij online analyse op PlayOK een leuk eindspel. Dat heb ik nog enigszins weten terug te werken en zodoende ontstond er een mooi eindspel, óók esthetisch gezien.

Vier groepjes van twee aangrenzende schijven. Je kan mooi filosoferen over hoe deze bij elkaar horen. Je kan het beeld met twee begrippen beschrijven die ik ook bij mijn natuurkundestudie tegenkom: translatie (verplaatsing) en rotatie (draaiing). Het verschil tussen de duo’s 4/10, 24/30 en 36/41 is met alleen translatie te beschrijven, het duo 21/26 is 90 graden geroteerd. En hoort 4/10 eigenlijk bij 24/30 of 36/41? En wat is dan de witte tegenhanger van 21/26?

Genoeg geneuzel. Wie staat er eigenlijk beter? Wit speelt… en wint! Bovendien is de winstvoering (bijna) scherp. Problemisten zullen waarschijnlijk problemen hebben met één zet… Ik vind het er echter niet minder mooi om worden.

Leuk om zelf uit te zoeken. Voor wie niet kan wachten, hier de oplossing. En nu maar hopen dat je het in een partij op het bord krijgt!

<<< 1 juli 2013

>>> 25 augustus 2013

One Response to 2 juli 2013 – 25

  1. herm jan brascamp says:

    Ik kan niet wachten, haha.
    24-19 had ik zelf ook bedacht. Dan zie ik eigenlijk helemaal geen probleem meer voor wit.
    Wacht eens even, prachtig! Na 29-33 wint wit makkelijk, maar na 29-34 wint 2-11 niet!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.