13 augustus 2015 – 37

Een week lang Georgiev (deel II)

Rapid

We speelden de rapidmatch met een experimenteel format: 20 minuten + 5 seconden per zet, Bronstein, Lehmann-Georgiev (LG: bij remise opnieuw spelen met de overgebleven tijd op de klok, tot er een beslissing valt). Het Bronsteinsysteem houdt in dat je er elke zet tijd bij krijgt, maar je krijgt nooit méér tijd dan dat je voor die zet op je klok had staan. Het effect daarvan is dat je geen bedenktijd kunt opbouwen, zoals bij Fischer wel kan. Een voorbeeld: je klok staat op 13.24 min, je denkt 5 seconden na en doet een zet; de klokt springt dan van 13.19 naar 13.24 (dus de volle vijf seconden erbij). Stel je denkt over je volgende zet maar 2 seconden na en drukt dan de klok in, dan springt de klok van 13.22 niét naar 13.27, maar weer naar 13.24 (dus maar twee seconden erbij). Voor zover ik weet, is Bronstein nog niet in (officiële) damcompetities gebruikt, maar komt het wel eens per ongeluk voor: wanneer ben de digitale klok op 5 minuten + 3 seconden bedenktijd Fischer wil zetten, wordt soms per abuis 5+3 Bronstein gekozen, omdat die mogelijkheid al voorgeprogrammeerd op de digitale klokken staat en 5+3 Fischer niet…

Dan nu over de naar de eerste rapidpartij: Georgiev probeerde in de eerste partij de Keller-opening met wit, maar dan met 4. 49-44?! in plaats van het gebruikelijke 4. 50-44. Daarmee boekte hij al in 1991 als jonkie een opmerkelijke winstpartij mee tegen oud-wereldkampioen Dibman! Ook speelde hij het tegen Jeroen van den Akker in de BaltCup 2008. In sommige omsingelingssystemen is het een voordeel om de formatie 50-44-39 nog te hebben in plaats van 49-43-38, maar om daar al zo vroeg een beslissing in te nemen is nogal ongebruikelijk. Een ander (en misschien wel belangrijker) doel van de zet is om ’uit de theorie’ te komen. Deze opening zal een terugkerend thema worden in de match, met een duidelijke uitslag…

Diagram 3

Diagram 3

In de diagramstand een interessante strijd tussen aanval en omsingeling; ik heb achtergebleven schijven op 11 en 16, maar wit heeft ook een overtollige schijf op 41 en bovendien controleer ik de andere vleugel met schijf 25. Een scherpe stand dus, waarin elk tempo beslissend kan zijn. Ik meende hier (onder druk van de klok) los te kunnen breken met 42. … 27-32(?). Rechtvaardiging is dat 48-43? is uitgeschakeld wegens een dammetje met 22-27, 32-38 en 13-19. Maar als wit een zet wacht, kan zwart dat zetje er niet meer in houden en kan wit schijf 32 oppeuzelen. Georgiev twijfelde tussen 40-34 en 40-35 en besloot tot het mooiere 43. 40-34?, slechts rekening houdend met het offer 32-38, 27-32 (overigens is wit in het geval van het offer ook meer gebaat bij 40-35 dan 40-34, ga dit na!). Nu had ik echter een andere verdediging: 43. … 3-8(!) 44. 48-43 8-12 45. 42-38 32-37! 46. 41×23 22-27 47. 31×22 17×28 en het liep remise. Deze wending was uiteraard niet mogelijk als wit 43. 40-35(!) had gespeeld; in dat geval had ik me maar moeten inlaten met het al genoemde offer 43. … 32-38 44. 42×33 27-32, maar na 45. 41-37 32×41 46. 36×47 wacht zwart een zware verdediging.

In deze partij hadden we beiden de klok al een keer tot 1 seconde laten lopen, wat er bij dit systeem (5 seconde per zet Bronstein) op neerkomt dat we in de volgende partij niet meer boven de 6 seconden uit konden komen – wat weer neerkomt op gongdammen met 5 seconden per zet! De tweede rapidpartij had een treurig einde; ik wilde op elke zet mijn 5 seconden wel goed gebruiken en zette daarom niet zo snel. Toen (naar verluidt) mijn coach Rob Clerc in het publiek fluisterde ‘Wouter zet niet snel genoeg!’, gebeurde dat ook echt: voordat de partij goed en wel begonnen was, ging ik op de 13e zet door mijn vlag…

Zandloper blitz

Het tijdssysteem dat we voor de blitz gebruikten was zo mogelijk nog experimenteler dan de rapid: zandloper. Deze eerste dag besloten we met allebei 30 seconden te beginnen. Het werkt zo: wanneer de ene speler nadenkt, krijgt de ander er bedenktijd bij; precies als een zandloper dus. Interessant is dat je op deze manier niet alleen invloed hebt op je eigen bedenktijd, maar ook op die van je tegenstander. Daarom moet je niet alleen bedenken hoeveel tijd je wilt nadenken over je zet, maar ook hoeveel tijd je je tegenstander wilt geven voor zijn volgende zet!

Deze eerste partij was inhoudelijk niet zo interessant; ik voelde me wat onprettig in de opening (hoewel de stand dat objectief niet was) en versimpelde het spel, waarna de onderhuidse spanningen niet echt meer boven kwamen drijven: remise. De eerste ervaring met dit tijdssysteem was natuurlijk wel interessant: in de opening was ik traag en moest ik uitkijken dat Georgiev mij niet in ernstige tijdsproblemen kon brengen. Later ging het tijdverbruik wat over en weer. In theorie kan ook een zandloperpartij met weinig begintijd lang duren; wanneer elke zet de volle 59 seconden gebruikt worden, kan een partij zo een paar uur duren! De eerste test met dit tempo was geslaagd, maar we besloten in de volgende partijen het tempo iets lager te leggen (beide beginnen met 1 minuut op de klok) om zo de kwaliteit van de partijen hoog te houden en bovendien het verloop van bedenktijd tussen de verschillende tijdssystemen natuurlijker te maken; van 20+5 Bronstein naar 30 seconden zandloper bleek toch een grote stap.

Superblitz

Bij de Concrex Masters in Heerhugowaard werd als speeltempo in de LG-barrages 5 minuten + 3 seconden per zet gebruikt. Wij besloten om het ’China’-tempo (naar de World Cup Finales in de afgelopen jaren, gespeeld in Beijing) te gebruiken, 5 minuten + 2 seconden per zet.

Diagram 4

Diagram 4

Voor Georgiev werd die omschakeling fataal; na een zinderende partij vol decorwisselingen keek hij in bovenstaande (remise)stand naar de klok, zag dat hij 3 seconden had, bracht zijn hand naar de dam, dacht heel even na, sloeg met de dam naar veld 6, raapte de twee geslagen schijven op en drukte de klok in – maar niet voordat de drie seconden verstreken waren… Na de partij zei Georgiev glimlachend dat juist het (zinloze) kijken naar de klok zijn zet nét te lang deed duren. Mijn eerste overwinning op Georgiev ooit; een wat aparte, maar hij telt wel!

Na deze – enerverende! – eerste dag (score: 4-4) waren we allebei wel ingespeeld. Bovendien was de geleverde strijd veelbelovend voor de volgende dagen en was de sfeer dan ook goed. Na met onze Senegalese huisgenoot-voor-een-week Mor Seck in de plaatselijke snackbar ons eerste avondmaal, liepen we gedrieën onder het spoor (waar we de laatste toeschouwers met de trein naar huis zagen vertrekken…) door naar ons ruime appartement om daar wat na te praten en onze nachtrust te pakken. Zoals ze zeggen: een match win je in bed!

<<< 10 augustus 2015

>>> 12 maart 2016

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.