FMJD Anti-Doping Rules published

Hilko Koning

Ook onze FMJD onder de bezielende leiding van o.a. ex-hippie Otten en boekhouder Teer ondersteunen het huidige beleid van de Dopingautoriteit. Waarom de FMJD dat doet is genoegzaam bekend maar blijkbaar heeft de FMJD , naast zovele anderen, volstrekt maling aan de letterlijk mensonterende hypocrisie van het dopingbeleid.

De lijst van verboden substanties is absurd groot en van talrijke stoffen staat in het geheel niet vast dat zij prestatiebevorderend zijn of een risico voor de gezondheid inhouden. Het hard maken van een prestatieverhogend effect van om het even welke stof is een uitermate lastige zaak. Een bijkomend probleem is dat van een aantal van op de dopinglijst voorkomende stoffen in geneesmiddelen voorkomen. Het voorschrijven van medicamenten aan sporters wordt daardoor een hachelijke zaak. Verder is de grens tussen voeding, voedingssupplementen, vitaminepreparaten en doping geduide stoffen moeilijk, zo niet onmogelijk, te trekken.

Een veel gehoord argument is dat het gebruik van doping een vorm van competitievervalsing inhoudt. De beroepsbevolking die antidepressiva slikt om beter te kunnen functioneren wordt echter niet gestigmatiseerd (bij een verbod zouden we wel onmiddellijk van het fileprobleem af zijn). Hard werken om in de maatschappij te slagen en een doel te bereiken wordt alom gerespecteerd. Wanneer een violist voor een concert een β-blokker neemt om minder last van trillende handen te hebben valt niemand daarover. Een boogschutter of een dammer wordt daar echter voor gestraft. Wat te denken van cannabis; een gedoogbeleid voor de vrijetijdsgebruiker, een verboden middel voor de sporter. Een Vlaamse sportminister die geïnterpelleerd werd over het vermeende prestatie- verhogende effect van cannabis antwoordde dat cannabis de angst kan wegnemen bij renners die stoned van een col naar beneden rijden!!

Een ander argument behelst de schadelijkheid voor de gezondheid van doping. Het leidt geen twijfel dat veel doping gerelateerde verbindingen gevaarlijk voor de gezondheid zijn. Wat echter te zeggen van de hormonale onbalans van jonge turnsters met amenorroe ten gevolge en een verminderde botdichtheid. De secundaire geslachtskenmerken van turnsters lopen achter bij die van referentiegroepen en verder zijn zij korter en aanzienlijk lichter.

Een laatste argument is dat doping nu eenmaal tegen de regels is. Als alle sporters, begeleiders, artsen , officials en wetsdienaren het daar over eens zouden zijn dan was er van een dopingprobleem misschien geen sprake. Sport is echter entertainment en een spektakel industrie geworden waar miljarden in omgaan.

Wordt een sporter vervolgens betrapt op doping dan wordt de atleet door de niet van sensatiezucht gespeende media en het journalistengajes onmiddellijk van zijn sokkel gestoten. Een aanzienlijk deel van de sport toeschouwers is – op zijn best door een gebrek aan kennis – ook niet vies van ongenuanceerde uitspraken over “dopingmisbruik”. Ik wil dienaangaande nog een Lans breken voor Lance al was het alleen maar omdat de lieden uit de vorige zin blijkbaar van mening zijn dat je met doping zeven keer achter elkaar een Tour kunt winnen. Nee dan de ontroerende uitspraak van Peter Winnen die in 1981 na zijn weergaloze winst naar de top van de Alpe d’Huez opmerkte zo verschrikkelijk te hebben afgezien, in een hallucinerende wolk naar eigen zeggen, dat naast de immense euforie ook grote droefenis bij hem had postgevat omdat hij zich voor het eerst in zijn wielercarrière realiseerde nimmer in staat te zijn een Tour te winnen. Sporters worden in het debat echter nauwelijks gehoord, zij dienen slechts te presteren, en de enkeling die zich wel durft te uiten is een nestbevuiler.

Een hartverwarmend en verfrissend geluid wat betreft het dopingbeleid is afkomstig van Ton Sijbrands in een brief aan de organisatie van het WK Dammen Hardenberg 2007 waarin hij meedeelt zich terug te trekken uit de actieve wedstrijdsport en het gehanteerde dopingbeleid mede als obstakel te zien voor deelname.

Een fragment:

…Maar hoezeer ik er mijzelf ook mee in de vingers moge snijden; ik zal nimmer vóór, tijdens of na afloop van een dampartij in opdracht van de één of andere nitwit van de WADA (of hoe die instituten ook mogen heten) in een potje staan gaan pissen…”
En tot mijn teleurstelling bleken er -voor zover mij bekend- evenmin spelers te zijn (dammers althans; gelukkig hielden sommige topschakers hun rug wél recht) die de zinloze en vernederende gang naar het plashokje weigerden te maken…

Hulde voor die man!

Het is mijn volle overtuiging dat er géén prestatieverhogende middelen voor dammers en andere denksporters bestaan. Mensen zijn alleen maar goed in sport door zijn of haar van god gegeven talent óf door het toevallig getroffen te hebben in de genetische loterij. Denk, om een wel heel willekeurig voorbeeld te noemen, aan de lange en doorgaans fraaie lange benen van hoogspringsters.

Het is een waanidee dat men het dopingprobleem zou kunnen uitbannen. Het vermeerderen en het verscherpen van de controles zal het probleem zeker niet beheersbaar maken. De klopjacht die nu gaande is leidt slechts tot meer uitgekookte manieren om de dans te ontspringen met als gevolg een verdere verfijning van de opsporingsmethoden en die uiteindelijk leiden tot een onbeheersbare wedloop zo die al niet bestaat.

De heksenjacht naar doping is faliekant mislukt. Testen moeten zich uitsluitend richten op de gezondheid van de atleet, het focussen op middelen is dogmatisch.

P.S. Nog een aardig fragment uit de oude doos.

Eric van Dusseldorp – NN 0-2 (25-11-1978)

De zwartspeler was afgeladen met “levensgevaarlijke en verboden drugs”. Gelukkig voor hem bestond er nog geen Dopingautoriteit. Had de zwartspeler profijt van deze (nu) op de dopinglijst voorkomende substanties? Nou nee! Hij sukkelde om de haverklap in slaap. Later bij de chinees sloeg hij, door slaap overmand, tot twee keer toe met zijn gezicht in de Gado Gado! Ondanks alles haalde hij fraai uit in het bovenstaande diagram.

1 Response to FMJD Anti-Doping Rules published

  1. Auke Scholma says:

    Mooi stukje Hilko. Is me uit het hart gegrepen. Zelf was ik trouwens een der
    eerste dammers die op doping werd getest, naar ik meen tijdens het NK 2004 in Huissen. Toen vooraf werd gemeld dat de mogelijkheid bestond, dacht ik nog dat het om een 1 april grap ging. De dopingcontroleur vroeg na de in ontvangstneming van mijn plasje of ik de procedure naar tevredenheid vond. Ik zei dat ik het geld besteed aan de controle (onderschat dat niet, het plasje werd opgestuurd naar de VS en de uitslag kwam pas maanden later) beter in de karige prijzenpot van het NK gestort zag. Met een sneue blik schroefde hij de deksel op mijn potje en zwijgend namen we afscheid.

    Vr. groet, Auke

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.