Geachte heer Dollekamp,

Met belangstelling heb ik uw column over sportiviteit in het damspel op de site van Hijken gelezen.

Ik ben het in grote lijnen met u oneens.

De argumentatie hiervoor staat grotendeels in mijn verslag op de site van Hijken onder de titel “Het tweede wint met 17-3”.

Het is misschien nuttig te verwoorden wat de mores van het spel zijn.

Vroeger was het redelijk duidelijk, tegenwoordig in onze roeptoetermaatschappij niet meer zo.

Zoals gezegd wijs ik u op mijn verslag, dat ik gemaakt heb van de damwedstrijd Winschoten-Hijken 2 van zaterdag 2 februari 2019.

In deze wedstrijd deden zich een aantal incidenten voor die u waarschijnlijk als onsportief zou betitelen. Allereerst het aanbieden van remise in een slechte stand.

Vroeguh was dit misschien onsportief. Het werd in ieder geval wel zo ervaren door Jan Ekke de Vries toen zijn tegenstander de heer Hank Braakselhuis in een analytisch verloren stand remise aanbood.

Ik zou graag weten hoe u hierover denkt.

Vervolgens speelde de heer de Vries nog erg lang door in een volkomen remisestand, niet eens een drie om één. Is dit dan weer ook onsportief? Of begrijpelijk als reactie op het door hem als onsportief ervaren gedrag van zijn tegenstander?  Ook de heer Drent speelde immers lang door in een remisestand in deze wedstrijd. Bekijkt u deze partijen en geeft u uw oordeel?

Graag wil ik van u geformuleerd zien wat nu precies wel en niet sportief is. 

“Doorspelen in een remisestelling vind ik beledigend voor de tegenstander en voor het spel.”

Dat is dus regel nummer 1.

De heer Spanjer heeft aangetoond dat een op de drie drie-om- één- eindspelen gewonnen kan worden.

Zelf heb ik een aantal keren een drie om twee gewonnen, en zelfs een paar keer een drie-om- een- eindspel. Door mijn tegenstanders werd dat als zeer onsportief opgevat, wat ze me steeds weer laten weten. 

Is het mogelijk dat ook ik alsnog voor uw uitzonderingsregel in aanmerking kom?

Hoogachtend, Siep Buurke, topscorer 2e team Hijken Drents Tiental.

2 Responses to Geachte heer Dollekamp,

  1. evert dollekamp says:

    Zeer Hooggeachte en Weledelgestrenge Heer Siep Buurke,
    Met belangstelling heb ik uw column over sportiviteit in het damspel op de site van Hijken gelezen.
    Ik ben het in grote lijnen met u oneens.
    Zoals ik in mijn schrijven getiteld ‘Herman Spanjer en Wim Los’ heb aangegeven is het enige eindspel dat wat mij betreft niet doorgespeeld behoort te worden, de 3-om-1. Herman Spanjer uitgezonderd, zijnde de nationale 3-om-1 doorbijter. Al die andere eindspelen die misschien wel, misschien niet zijn te winnen: men heeft mijn zegen dat tot op het bot uit te spelen.
    Zoals u in mijn epistel heeft kunnen lezen, gaat het mij om het feit dat de 3-om-1 als enig eindspel is opgenomen in het spel- en wedstrijdreglement van de KNDB. Waarom? Omdat iedereen weet dat dit remise is. Het is onsportief hierin door te modderen. Herman Spanjer uitgezonderd.
    Het is eigenlijk een beetje ondoenlijk om te bepalen wat nu onsportief is en wat niet. Zo geeft u aan het remise aanbieden in een slechte of verloren stand. Kijk, dat vind ik dus wel weer kunnen. Al was het maar omdat er niets over in het reglement staat. Ik moet dit trouwens ook wel vinden, want ik doe bijna niet anders. Slechts één keer werd het afgeslagen, maar toen stond ik nota bene beter. Is dat afslaan in een slechtere stand nu onsportief, zo vraag ik u?
    “Het tweede wint met 17-3”. Ik vind dit een stoot onder de gordel. U weet natuurlijk net zo goed als ik dat onze onderlinge score 17-3 is in uw voordeel. Ik koester weliswaar de remises, ongetwijfeld allen onterecht. Maar om op deze, toegegeven, subtiele manier mijn zwarte Buurke-verleden nog eens op te rakelen …
    Met de meeste Hoogachting,
    Evert Dollekamp

    • Siep Buurke says:

      Geachte heer Evert Dollekamp

      Aangenaam verrast was ik door uw spoedige reactie.
      Ik was echter zeer teleurgesteld door het niet verlenen van de Evert Dollekamp-Dispensatie. Toegegeven, de heer Spanjer is een uitzonderlijk fenomeen, wanneer het om het drie-om-ééngebeuren gaat. Hij heeft het tot een kunstvorm verheven. Ook in zijn reacties op de agressie die hij met zijn gedrag oproept, staat hij op eenzame hoogte.
      Dat het ook zonder agressie kan, bewees de Weledelzeergeleerde heer Hilko Koning. In een partij om het Gronings kampioenschap speelde Herman eens tegen hem. Voor de partij zei de heer Spanjer:”Je weet toch dat ik in een drie-om-één doorspeel?”
      Waarop de heer Koning antwoordde: “Ja, dat weet ik.”
      En het geschiedde dat er een drie-om-een op het bord kwam, die overigens dat keer in remise eindigde.

      Inhoudelijk ben ik het niet met u eens. In het reglement staat duidelijk dat men 16 zetten in een drie- om-één mág doorspelen. Het is dus reglementair mogelijk om in 16 zetten te bewijzen dat men nog kan winnen, niet onsportief dus.
      Het probleem is dat de speler met die ene dam bang is om te verliezen.
      Bij hem slaat de paniek toe, oh jé hoe moet het ook al weer. De reactie is dan dat de enedambezitter kwaad wordt. Hij of zij weet het niet meer. En in plaats dat de enedambezitter op zichzelf kwaad wordt, omdat hij/zij het zo ver heeft laten komen, wordt de woede op de tegenstander, de drieschijver, gericht: ik bood toch remise aan en nou moet ik nog doorgaan en nadenken en de remise zien te houden.
      Het effect is dat hij/zij niet meer in staat is tot helder denken en de kans dat zij/hij verliest aanzienlijk toeneemt.
      De self fulfilling prophecy die ik in mijn artikel al memoreerde.
      Over onsportiviteit gesproken: het is niet toegestaan dat tegenstanders zich tijdens een partij bemoeien met elkaars partij. Alleen de arbiter mag dat doen. Ook al is de enedambezitter nog zo verontwaardigd over het doorspelen van zijn tegenstander, hij heeft zich van commentaar te onthouden. Op geen enkele wijze dient men te interveniëren tijdens een partij.
      Een speler heeft ook niet het recht advies te vragen, ook zeer onsportief. Staat ook in de reglementen.

      Ten aanzien van het remise aanbieden: ik heb niet gezegd dat dit onsportief is, het is hoogstens buitengemeen irritant.
      Ik citeer uit mijn verslag van de wedstrijd Borne-Hijken 2: “Ook ik won, bepaald niet overtuigend, maar winst is winst. Het achtergebleven wrakhout aan mijn rechtervleugel werd keurig door mijn tegenstander opgeruimd. En toen hij uiteindelijk slechter stond bood hij remise aan. Altijd afslaan, zou mijn goede vriend Bauke Bies gezegd hebben, ook al sta je verloren. En dat deed ik dus, waarna Roelof Jan de Haan prompt blunderde.”

      Hoewel de kop van het verslag van de wedstrijd Winschoten-Hijken 2 niet bedoeld was als stoot onder de gordel, doet het mij deugd dat u hem als zodanig heeft opgevat. Dat het verschil in punten in onze onderlinge strijd niet groter is geworden, heeft natuurlijk alles te maken met uw keuze om naar een ander deel van het land te verhuizen om zo van een nog grotere blamage gevrijwaard te blijven.

      Om toch met een compliment aan uw adres te eindigen: voor uw doen zijn die drie punten best nog goed.

      Met de meeste hoogachting en vriendelijke groeten, Siep H. Buurke.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.