2 april 2016 – 39

Op avontuur in China (deel II)

Het vervolg van mijn verslag van de IMSA Elite Mind Games, dat lang op zich liet vanwege mijn deelname aan het Roethof Open. Ik heb in dit deel ook enkele fragmenten van mijn partijen toegevoegd.

Rapid

In het eerste toernooi speelden we met nog redelijk wat bedenktijd (20 minuten + 5 seconden per zet, 8 rondes Zwitsers), zodat we er een beetje in konden komen. Ik was kennelijk toch nog niet helemaal klaar, want ik verloor in de eerste partij al na 25 zetten een schijf tegen Atse… Ik wist me daarna terug te vechten naar een score van 5 uit 4 en hield zo toch nog uitzicht op een goede klassering.

De eerste partij op de tweede dag bleek een belangrijke te zijn, tegen Ndjofang. Het werd een principiële strijd van aanval-versus-omsingeling, waarin we beiden in ons element waren (zie diagram 1).

Diagram 1: Sipma-Ndjofang

Diagram 1: Sipma-Ndjofang

Ik meende een goede stand te hebben (verstopte zwarte schijf op 9), maar omsingelen is altijd lastig, zeker met beperkte bedenktijd. Ik speelde het scherpe 33. 47-41?! Beter is 33. 47-42(!) en de logge zwarte stand komt niet in beweging, bijvoorbeeld 33. … 23-29  (ook na 33. … 23-28 34. 48-43(!) 11-16 35. 39-34(!) krijgt wit kansen)  34. 48-43(!) 11-16 (18-23?) 35. 40-34! 29×40 36. 45×34 en omdat 18-23 weer uitgeschakeld is, moet zwart maar 36. … 24-29 37. 34×23 19×28 spelen, maar na 38. 30-24 14-19 39. 38-33 19×30 40. 35×24 9-14 41. 24-20(!) etc. houdt wit prachtig, mogelijk winnend omsingelingsspel.

Het ging verder met 33. … 23-29(!) 34. 48-42 (ik probeer ook nu 18-23 steeds uit te schakelen, maar zwart heeft die zet niet nodig) 11-16 35. 41-37 6-11 en omdat ik nu niet zag hoe ik nu 18-23 nog kon verhinderen, vluchtte ik naar een slecht, maar rommelig eindspel met 36. 37-32 29-33 37. 38×20 27×47 38. 20-15 47-24(!) Zwart heeft een dam, maar die kan niet weg en wit heeft vage kansen op een doorbraak. 39. 31-27 22×31 40. 26×37 18-23 41. 39-34 12-18 42. 36-31 24-47 43. 15-10 14×25 44. 15-10 47-15 45. 10-5 18-22 46. 37-32 13-18?? (enorme, blunder nu kan ik opeens een 2-om-5 uithalen..) 47. 31-27! 22×31 48. 32-28 23×32 zie diagram 2.

Sipma-Ndjofang 2

Alsof de partij in deze tijdnoodfase nog niet dramatisch genoeg was verlopen was, maakte ik hier een onbegrijpelijke vergissing; ik begreep dat ik vijf schijven moest slaan (op verschillende manieren), maar mijn hand dacht er anders over; na het indrukken van de klok bleek ik er maar vier (49. 5x23x12x26x48??) gepakt te hebben… Ik besef nu dat ik op het moment van slaan ten minste 10 seconde had om rustig te kijken (twee keer vijf seconden van de twee schijven die ik heb gegeven) en had dus voldoende tijd om rustig te kijken. Goed om te weten voor volgende keer… Na het correcte 49. 5×28(!) moet wit kunnen winnen. Om het drama compleet te maken wist ik het ontstane remise-eindspel ook nog eens te verblunderen en moest Jean Marc hoofdschuddend de twee punten in ontvangst nemen.

Tot de laatste ronde bleef ik op mijn gemiddelde staan en lootte ik tegen Anikeev; een speler die supertechnisch speelt en met gebruikelijke middelen bijna niet in de problemen is te brengen. Daarom besloot ik hem in de opening wat te provoceren door koste wat het kost (een hangende schijf op 10) mijn flankaanval op het bord te houden, zie diagram 3.

Diagram 3: Anikeev-Sipma

Diagram 3: Anikeev-Sipma

15. … 5-10?! (‘provokatsia’, aldus Getmanski bij analyse) 16. 31×22 18×27 17. 29×18 12×23 18. 34-30 (neemt de uitdaging aan) 17-22 19. 42-37 20-24?! Zwart moet het centrum bezetten om de druk op de witte stand maximaal te houden; wit probeert van het overtollige stuk op 10 te profiteren. Het is interessant hoe beide kleuren in deze fase het sterkst kunnen spelen, maar ik ga zonder commentaar naar de stand waar het om gaat. 20. 30-25 13-18 21. 48-42 7-12 22. 37-31 11-17(!) (alle schijven naar het centrum!) 23. 42-37 23-28 24. 40-34 19-23 25. 44-40 1-6(!) Zie diagram 4.

Diagram 4: Anikeev-Sipma

Diagram 4: Anikeev-Sipma

Er is een scherpe stand ontstaan en de zetten hiervoor kostten Anikeev veel tijd, zonder dat hij me voor echt grote problemen kon plaatsen. Hier belandde hij in zijn laatste minuut en overzag een combinatie: 26. 49-44? 27-32! 27. 38×27 24-30 28. 35×24 14-20 29. 25×5 28-32 30. 37×19 4-10 31. 5×14 9×49 en deze dam-voor-drie-schijven is winnend; zwart wint een schijf terug en wit kan daar niets aan doen. Na 32. 34-29 49×16 33. 39-34 18-23(!) gaf Anikeev op.

Wat moet wit wel spelen in diagram 4? Anikeev dacht waarschijnlijk lang over een forcing als 26. 34-29 23×34 27. 40×20 15×24 28. 37-32 28×37 29. 31×42 14-19(!) 30. 49-44 19-23(!), maar dat levert wit niets op; na 31. 33-29 23×34 32. 39×19 9-14 houdt zwart een sterke aanval. Wit kan ook grappig combineren: 26. 34-29 23×34 27. 39×19?! 28×48 28. 47-42(!) 19×28 29. 38-32 27×47 30. 40-34 48×30 31. 35×24 (trappetje!) 47×20 32. 25×5 met een moeilijk te beoordelen dam-voor-drie-schijven na 32. … 23-29 of gelijkspel na 32. … 22-28 33. 37-32 28×37 34. 5×46 4-10 35. 46×5 9-14 36. 5×11 6×17 etc.

Wit kan in de diagramstand het beste verrassend 26. 47-42! spelen en staat niet minder, door het gebrek aan een echt goede zet bij zwart: A) 26. … 15-20? 27. 34-30!+ B) 26. … 14-19? 27. 37-32!! 28×48 28. 34-29 23×34 29. 40×20 15×24 30. 38-32! 27×29 31. 39-34 48×30 32. 25×5 (achterom!) C) 26. … 6-11(!) (zwart moet zo spelen) 27. 26-21! 17×26 (na 27. … 27×16 28. 31-27 22×31 29. 33×13 13×22 30. 37×26(!) (dreigt 25-20, 34-30) 23-28* moet zwart oppassen; de schijf op 10 is dan echt een zwakte geworden) 28. 25-20(!) 14×25 29. 34-30 25×34 30. 39×19 28×48 31. 19×6 en er is een van de vreemdste macro-eindspelen ontstaan die ik ooit heb bekeken. Leuk om zelf te bekijken, voor zover ik eruit ben gekomen, is het gelijkwaardig. Dit eindspel is dus het resultaat van de hoofdvariant vanuit de diagram 4.

Met deze overwinning eindigde ik op +1, slechts één punt achter winnaar Georgiev. Er waren echter veel spelers met dezelfde score (vijf spelers met +2 en 9 met +3) en mijn weerstand was laag door mijn nederlaag in de eerste ronde, waardoor ik toch slechts 13e eindige. Hoe dan ook, met deze laatste ronde had ik een goed gevoel aan het eerste toernooi overgehouden en hoopte ik op verbetering in de blitz en superblitz.

Overigens was Georgiev van de spelers op +2 in mijn ogen de verdiende winnaar: hij won in de eerste twee rondes op fraaie wijze van Getmanski en Anikeev. Toch had Ndjofang (die ik naar +2 geholpen had…) in de laatste ronde voor een sensatie kunnen zorgen: tegen Schwarzman verkreeg hij een oppermachtige stand, maar onder druk van de klok vond hij niet de beste zet en liet Schwarzman ontsnappen. Schwarzman en Ndjofang haalden respectievelijk zilver en brons.

Toch kampioen

Die avond stond er voor mij een andere belangrijke gebeurtenis op het programma, 12000 kilometer verderop: de kampioenswedstrijd Hijken DTC-VBI Huissen! Toen de opstellingen binnen waren gekomen was iedereen in China het er wel over eens dat Huissen hoogstens op 10-10 kon hopen, maar het moet altijd nog maar gebeuren. Via de groepsapp van Hijken DTC werd ik op de hoogte gehouden met foto’s van de standen en ik leefde mee met ‘spannend’, ‘oehhh’, uiteindelijk ‘YESSSS’ (Roel had gewonnen), ‘hoppa’ (10e punt binnen) en ‘YESSSSSSSS SUPER’ en de volgende foto:

IMG_7806[1]

Blitz

Goed, na een zeer sobere viering moesten wij in China de volgende dag weer aan de bak. De eerste dag twaalf rondes (5 minuten + 3 seconden per zet); wetende dat ik op de tweede dag voornamelijk Russen zou loten, zou ik vooral nu al moeten scoren. Maar om een lang verhaal kort te maken: na deze eerste dag stond ik op -4, met slechts drie Chinezen en (helaas) twee clubgenoten onder me. Maar naar de score en de stand kijken heeft weinig zin, alleen in het vertoonde spel kunnen aanpassingen gemaakt worden.

Dat lukte redelijk: op de tweede dag haalde ik ook een negatieve score, maar ‘slechts’ -1 uit elf rondes. Lichtpuntjes waren de overwinningen op Sjaibakov en Watoetin en een goed slot: uit de laatste 5 rondes haalde ik 7 punten. Daar moest ik in de superblitz maar mee verder, want de 18e plek in blitz gaf geen enkele voldoening.

Winnaar van de blitz werd Aleksej Tsjizjov, die ongeslagen twee punten eindigde voor sneldamwonder Atse en wereldkampioen Georgiev. Het is interessant om de ‘blitzstrategie’ van Tsjizjov te bekijken: hij hoeft zijn stijl uit ‘normale’ partijen (waarin hij vaak klassiekachtig laveert of een aanval neemt) niet aan te passen. Doordat hij vertrouwend op zijn superieure intuïtie voornamelijk ‘aanschuift’ en niet per se scherpe posities opzoekt, kan hij erg snel spelen. Daardoor heeft hij vaak na ongeveer 40 zetten nog steeds 3 of 4 minuten, terwijl zijn tegenstander (veel) minder tijd heeft. Vanaf dat moment kan Tsjizjov bepalen of hij voor winst of remise speelt en dan haalt hij in veel gevallen dat resultaat.

Superblitz

In dit toernooi werd gespeeld met 5 minuten + 2 seconden per zet, volgens het Georgiev-Lehmannsysteem: wanneer de partij in remise eindigt, wordt er een nieuwe partij gestart met de overgebleven tijd op de klok, tot er een beslissing valt. Dit systeem is oorspronkelijk ontworpen om een beslissing te kunnen forceren, wanneer partijen met langere bedenktijd dat niet hebben kunnen brengen. Bij de vorige World Mind Sports Games (Peking 2014) is superblitz echter een op zichzelf staande discipline geworden en in Huai’an is het herhaald. Belangrijkste verschil: in Peking waren er 16 deelnemers (dus 15 rondes), maar in Huai’an maar liefst 24 (en dus 23 rondes). Met zo’n acht rondes per dag (met mogelijk meerdere partijen per ronde) betekende dit een flinke fysieke uitdaging voor de deelnemers.

Voor de sterkere speler is dit systeem voordelig, aangezien hij niet per se de eerste partij hoeft te winnen; het maakt voor het resultaat niet uit als hij eerst een serie remises speelt, voordat hij wint. De eerste dag had ik een relatief licht programma, maar ik speelde niet goed en haalde slechts drie overwinningen tegenover vijf nederlagen. De tweede dag begon ik goed en tilde ik met drie overwinningen mijn score naar +1; toen was de koek echter op: ik haalde nog maar één overwinning en op de laatste dag wist ik zelfs geen punt te halen. Elke ronde deed ik mijn uiterste best om een positief resultaat te halen, maar het lukte steeds niet. Toen ik uiteindelijk de laatste ronde ook verloor van Loko (na 4 of 5 remise), was de dag definitief mislukt en dat was behoorlijk deprimerend.

Conclusie

De eerste IMSA Elite Mind Games waren goed georganiseerd en er was een mooi deelnemersveld. Echter, 24 deelnemers is wel wat veel. Voor de Elite Mind Games in (hopelijk januari) 2017 is aangekondigd dat er 20 deelnemers zullen zijn. Dat is al beter, maar wellicht is het nog beter als het aantal nog meer naar 16 of zelfs 12 gaat, zoals tijdens de WMSG in Peking in 2011. Een persoonlijke conclusie is dat ik flink aan het werk zal moeten om mijn sneldamkwaliteiten te verbeteren, want mijn resultaten staan in geen verhouding tot mijn resultaten in langzamere partijen. Inmiddels is het Roethof Open (19-27 maart) in Paramaribo gespeeld, waar ik genoeg punten heb verzameld om me te plaatsen voor de Elite Mind Games van 2017. Tot die tijd zal ik me verbeteren!

<<< 12 maart 2016

>>> 16 januari 2017

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.