Andriessen – Domtsjev

Hijken DTC – Witte van Moort, 1 oktober 2011

De laatste zetten waren 46. 44-40 4-9  47. 40-35 9-13
Aleksej had hier perfect in de gaten, dat op ieder moment 24-29 34-30 zou verliezen, en dat schijf 4 beslist naar 13 moest.
Andriessen heeft nu de moeilijke keuze tussen 48. 34-30
of 48. 38-33.
Dat laatste is zeer verleidelijk. Zwart heeft dan geen keus: offeren met 11-17, daarna kan hij niet anders dan 13-18 en de tijdnood is voorbij. Dat is juist een sterk argument om 34-30 te kiezen. Dan zit zwart in zijn laatste seconden met een groot dilemma. OK, 24-29 is nog steeds verloren, dat weet hij. Maar de keuze tussen 23-29 28-23 en de “armzalige terugtocht” met 13-18 is verschrikkelijk.
Wat is het nu allemaal waard? Eric van Dusseldorp schrijft op het FMJD-forum dat Kingsrow na 34-30 zowel op 23-29 als op 13-18 tot remise concludeert. Dat levert zelfs boze reacties op. Bij Kingsrow is alles remise, maar hoe schep je kansen achter het bord?
In de partij volgde 48. 38-33 11-17  49. 22×11 16×7  50. 27×16 13-18.
Aleksej had hier en de volgende zetten geen keuze. In zijn berekeningen zou het remise worden, maar had hij het bij het rechte eind? Andriessen zag de bui hangen en dacht drie kwartier na, maar er was niets meer te halen.
51. 34-30 23-29  52. 16-11 29×27  53. 11×2 27-32  54. 2-7 32×41  55. 7×15 26-31.
55. … 41-46 was verloren door 15-10 46×23  30-24 19×30  10×37 30-34  35-30 34×25  37-48.
56. 15-47 31-36. Op 41-46 komt 47-36.
57. 47-15 41-46 en remise, 15-10 en 30-24 wint nu niet meer. Ook 57. … 41-47 was trouwens remise.

“The unbeatable” Domchev.