Sipma-Kroesbergen, Mello Koolman 2011

Wouter Sipma-Michiel Kroesbergen 0-2, 3e ronde, na 21. 44-40

 Michiel speelde hier het logische 21. … 10-15 (?) Alternatieven zijn 23-28 en 23-29. Na 21. … 23-28 kan volgen: 22. 25-20?! 14×34 23. 40×20 9-14 (10-15?? 38-32!, 26-21!, 21-17, 39-33 en 43×1) 24. 20×9 3×14 (14×3?) 25. 33-29 met een spannende stand, maar waarin mijn voorkeur naar wit uitgaat (zwarts schijvenverdeling is slecht en wit kan profiteren van het gebrek aan basisschijven door middel van combinaties; verder kan de schijf op 8 een hangende schijf worden wanneer wit 24 controleert).

21. … 23-29! is waarschijnlijk de beste zet. Dit opmerkelijke idee om een flankaanval te combineren met een Ghestemdoorstoot werd ook al toegepast in Tsjizjow-N’diaye, Maarstoernooi 1995. Na 39-34 18-23! staat wit heel slecht. Na 22. 40-34 (?) 29×40 23. 45×34 18-23 (of ook 10-15) 24. 34-29 23×34 25. 33-28 22×44 26. 49×20 10-15 27. 31×22 15×24 28. 38-33 12-18! 29. 33-28 (of 43-39, 18×27, 39-34, 13-18, 34-29, een tempo en 9-13×4 met goede stand voor zwart) 18×27 30. 28-23 19×28 31. 30×10 9-14 32. 10×19 13×24 33. 43-38 7-12 34. 38-32 27×38 35. 42×22 12-17 36. 22-18 (of 35-30?!, 24×35, 25-20, 17×28, 20-14 met een beter eindspel voor zwart) 17-21 37. 26×17 11×13 staat zwart nog duidelijk beter, hoewel het analytisch niet gewonnen zal zijn.

Daarom speelt wit na 23-29 het beste 22. 42-37 18-23 23. 37-32 11-16 24. 32×21 16×27 25. 38-32?! 27×38 26. 33×42 met een leuke stand om uit te spelen, die op het oog beter is voor zwart, maar waarin wit ook de mogelijke countermogelijkheden heeft.

Terug naar de partij: 22. 39-34! 14-20? Beter was 22. … 23-28 maar na 23. 34-29 28×39 24. 29×20 15×24 25. 43×34 24-29* (18-23? 26-21! en 34-29) 26. 34×23 19×28 27. 30-24 14-19* 28. 48-43 (waarschijnlijk de beste) 19×30 29. 35×24 moet wit omsingelkansen kunnen creëren door het gemis van zwarte schijven op 2 en 15. 23. 25×14 9×20 24. 33-29? Maar ook ik ga hier de fout in. Ik had kunnen winnen met het (standaard)offer 25. 33-28!! 23×32 (22×33, 31×22 etc. +1) 26. 30-25! (zie diagram)

Omdat 18-23 natuurlijk niet gaat moet zwart laten slaan. Zwart kan niet zomaar naar 41 lopen: 26. … 32-37 27. 25×23 18×29 28. 34×23 37-41? 29. 42-37! 41×32 30. 23-18! 12×23 31. 26-21 27×16 32. 38×20 15×24 +1. Speelt zwart in plaats van 28. … 37-41 iets anders dan speelt wit 38-33 waarna op 37-41 altijd 33-29, 42-38 en 48×46 volgt.

Speelt zwart in de diagramstand 26. … 19-23 27. 25×14 32-37 dan doet wit 28. 34-30! 24-29* 29. 38-33 29×38 30. 43×21!! (43×41 13-19=). Omdat wit nu na 13-19 zijn schijfwinst behoud door een tempo te spelen en 21-17 te doen en bovendien 37-41 verhinderd is door 31-27 (of 42-37! en 31-27!) krijgt wit tijd via 30-25 en 25-20 door te breken. Bijvoorbeeld: 30. … 22-28 31. 30-25! 37-41 32. 42-37! 41×32 33. 25-20 15×24 34. 15-10 met een dam voor 1 schijf voor wit, die lijkt te winnen; zwart heeft immers geen vangstelling en de schijven van wit staan ideaal. Op 30. … 11-16 volgt 31. 30-24 16×27 32. 42-38!! (computer). Zo blijft wit het makkelijkst winnend voordeel houden. Op 37-41 volgt nu 38-32!, 31-27! en 26×46. 32. … 23-29 lijkt nog slim, maar ook na 33. 24×33! 37-41 34. 33-28 22×42 35. 48×46 +1 wordt een zwarte dam voorkomen.

Het partijverloop is niet minder interessant dan alles hierboven, maar bespreek ik in dit stuk niet. 24. … 24×33 25. 38×29 20-25 26. 43-39 12-17 27. 30-24 19×30 28. 35×24 23-28 29. 48-43 8-12 (7-12 is beter) 30. 43-38 28-33?! 31. 39×28 22×33 32. 31×22 17×28 33. 47-41 3-9 34. 41-37 9-14 35. 38-32?! 33-38 36. 42×22 18×38 37. 29-23 13-18 38. 34-29 11-17 39. 36-31 18-22 40. 40-34 14-20 41. 24-19 6-11 42. 26-21 17×26 43. 19-13 12-17?! 44. 13-8 20-24 45. 29×20 15×24 46. 45-40? (8-2=) 22-27 47. 31×22 17×19 48. 40-35 19-23 49. 37-31 26×37 50. 8-3 37-42 51. 3-26 42-48 en opgegeven. 0-2