23 november 2014 – 33

Over het EK – wijsheden uit Arnhem

Deze aflevering van Sip Schrijft is een schriftelijke weergave van het verhaal dat ik verteld heb op de avond van de huldiging van Roel Boomstra voor zijn Europese titel. Toen Jacob Okken mij vroeg of ik ook nog iets voorbereid had, moest ik wel…

Het is 4 oktober van dit jaar, een warme nazomer(herfst?)avond. Ik zit met Roel Boomstra buiten bij de Zappa’s, een pizzeria vlakbij station Arnhem. We zijn daar afgezet door een teamgenoot na de kansloos verloren tientalwedstrijd tegen VBI Huissen. Onze individuele partijen kunnen ook niet als lichtpuntjes opgevat worden dus de sfeer zit er nou niet echt in. We zijn daar om nog even wat te eten voordat we naar huize Groenendijk (Wageningen) gaan aangezien de reis naar Tallinn voor het EK daarvandaan aanzienlijk korter is.

Nadat we Roels moeizame partij tegen Lagoda kort bekijken, komen we bij mijn partij tegen Krajenbrink, die zo mogelijk nog moeizamer was, van beide kanten. Ik heb echter nog wel één variantje gezien, waar ik enigszins bang voor was en Krajenbrink vast zijn hoop op gevestigd had. Daar zou een eindspel uit rollen, dat (na het negeren van een directe remise) erg boeiend was: zou het gewonnen zijn en zouden we dat kunnen vinden? We puzzelen en het duurt maar en het duurt maar; we bestellen, we eten, we hebben nog een nagerecht, maar de oplossing, ho maar!

Maar dat is voor dit verhaal van ondergeschikt belang. Een tafel naast ons zit een meisje, kennelijk enigszins verveeld door haar tafelgenoot, die af en toe geïnteresseerd zit te gluren. Ze vraagt: ’wat voor spelletje zijn jullie aan het doen?’. We zeggen tot haar genoegen ’dammen’ (ze bijt haar tafelgenoot toe ’ik zei het toch!’) en vertellen dat we vandaag een wedstrijd hadden (verloren). Zij: ’nou, dan moeten jullie nog even meer oefenen!’ en ze wenst ons succes met onze puzzel.

Uiteindelijk vinden we na een uur dan tóch de winst in het eindspel en opgetogen maken we aanstalten om toch maar een keer de bus te pakken. Het meisje zit er nog en ik vertel dat we naar het Tallinn gaan, voor het Europees kampioenschap (wedstrijden tegen Huissen zijn zwaar, maar niet zo zwaar dat je speciaal daarvoor een enorme koffer meeneemt, ik wil haar niet in verwarring brengen). Toch zaai ik enige verwarring: ’Tallinn, waar ligt dat dan??? Estland?! Wat is dat nou voor raar land!’. Ik probeer haar gerust te stellen (’dat is een heel normaal land hoor, de laatste jaren goed ontwikkeld en ze hebben zelfs de euro!’), maar dat werkt averechts: ’Euro?? Zitten ze in de Europese Unie dan??’ En voor dat ik nog iets kan zeggen gaat ze verder, terwijl ze ondertussen haar Gelderse/Arnhemse accent niet meer weet te verbergen: ’Daar hoor je ja ook nooit wat van, die mogen hun bek ook wel eens opentrekken!’. Enigszins verrast door deze ongeremdheid beloven we haar dat we de boel eens flink zullen opstoken en gaan er dan vandoor. Om vervolgens tot in Wageningen – en voor de rest van de week – na te genieten van deze ontmoeting.

Inmiddels is het EK alweer een maand geleden en de uitslag is bekend: Roel werd kampioen en ik behaalde een (goede? redelijke? teleurstellende?) twaalfde plaats. Na vier rondes stonden we zelfs 1 en 2 op de ranglijst! Zou dat gelukt zijn zonder de vrolijke ontmoeting met het meisje in Arnhem?

Verder over mijn toernooi: vijf rondes lang speelde ik een geweldig toernooi, met overwinningen in de eerste twee rondes, een remise tegen Ivanov, remise tegen Schwarzman en Georgiev (op één dag!). Daarna kwam een uitstekende partij tegen Amrillaew, die zwak speelde; op de 33e zet had ik een forse tijdvoorsprong en een vorstelijke stand. Ik zag echter erg veel opties en gebruikte veel tijd om de allerbeste te vinden. De andere manier zou zijn om een duidelijk goede (en overzichtelijke) optie snel te spelen en zo de tijdsdruk te laten gelden. Mijn aanpak werkte niet goed: ik vond niet de beste zet en de partij liep remise.

De volgende dag mocht in aantreden tegen Shaibakov, een jaar ouder dan ik, met wie ik al vele mooie duels heb gespeeld. Er kwam weer een zelfde soort situatie: een middenspelstand waarin ik klokvoordeel had. Ik koos er weer voor om veel tijd te investeren en dit pakte weer niet goed uit; bovendien was de stand niet aantoonbaar beter voor mij. Uiteindelijk speelde ik een scherpe variant (terwijl ik ook voor een remise had kunnen gaan), maar die was niet goed voor me en ik verloor. Diezelfde dag speelde ik nog tegen Butulis (remise), maar de laatste ronde tegen Unnuk wist ik wel te winnen; daarmee eindigde ik nog op +2 en had mijn tweede GMI-norm behaald. Dat was een schrale troost voor het mislopen van WK2015-kwalificatie (maximaal twee plaatsen per land, maar ik was derde Nederlander na Heusdens en Groenendijk – Roel was al geplaatst). Wellicht zal ik in een volgende aflevering aandacht wijden aan fragmenten uit mijn partijen.

De aandacht in de landelijke media is beperkt gebleven tot een bericht van het ANP in de dagbladen; in het Dagblad van het Noorden is er natuurlijk wel uitgebreid aandacht aan besteed. Maar verder is er (volgens mij) op radio en TV nauwelijks over Roel (en Jan Groenendijk, een 16-jarige die zich plaatst voor het WK!) gegaan. Je zou toch hopen dat een landelijke talkshow haalbaar zou moeten zijn; het ’probleem’ is alleen dat Roel absoluut normaal functioneert (was Jannes van der Wal zo populair geworden als hij niet in de trein in slaap zou zijn gevallen?), het ’enige interessante’ aan hem zijn zijn prestaties, zoals Anne Oostra afgelopen maandag bij de huldiging opmerkte. Gelukkig is een 21-jarige Europees kampioen voor sommige liefhebbers wel een reden om een stukje te schrijven, zoals Jan van der Veen voor Sport in Stad.

Maar nu weer terug naar het meisje in Arnhem. Zou zij gehoord hebben dat Roel kampioen is geworden? Of zou ze verrast zijn en zeggen: ’Dammers, daar hoor je ook nooit wat van, die mogen hun bek ook wel eens opentrekken!’? De eerste Arnhemse wijsheid…

 

 

rubriek 23-11-2014 I

Diagram 1

Nadat ik het verhaal op deze manier had afgesloten kreeg ik natuurlijk meteen de vraag: ’maar wat was dat eindspel nou?’ (dat krijg je met dammers in de zaal). Nou, dat was als volgt:

In het eerste diagram de (symmetrische!) stand uit mijn partij tegen Krajenbrink. Na 47. … 24-30 maakte ik remise met 48. 33-29 30×39 49. 40-34 39×30 50. 27-21 23×34 51. 21×14 etc. Hoe anders had het kunnen gaan na 48. 27-21(?) 30×39 49. 33×44 (21×12??) 19-24(!) 50. 28×30 25×45 51. 21×23 45-50 en we zijn in het tweede diagram aanbeland.

rubriek 23-11-2014 II

Diagram 2

Ik zag in de partij niet zo snel wat ik moest spelen. Na 52. 44-40? 50-45! zijn er toch problemen, de voorste schijf van wit wordt geslagen. Voor de lezer de uitdaging (en de mogelijkheid je te meten met Roel en mij…) om dit eindspel op te lossen (de tweede Arnhemse wijsheid).

Ten eerste: hoe maakt wit in het tweede diagram remise (makkelijk) en ten tweede: wint zwart na 52. 44-40? 50-45! 53. 40-35 (erg moeilijk)? Als tip geef ik de streefstand voor zwart in diagram 3, die tot Roels en mijn standaardkennis behoort: wit aan zet in diagram 3 verliest, om redenen die de lezer ook zelf mag uitzoeken. Succes!

rubriek 23-11-2014 III

Diagram 3

<<< 16 september 2014

15 februari 2015 >>>

1 Response to 23 november 2014 – 33

  1. Tjalling says:

    Het stukje over het meisje was toch het leukst van je verslag, hahaha! Bakvisjes, wat een uitvinding van de algrappige Kosmos.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.