Deze compositie kwam naar aanleiding van een partij Herm Jan Brascamp – Wouter Sipma tot stand in eendrachtige samenwerking tussen Wouter, Roel, Flits en Herm Jan.
Na een dwingende zet, gevolgd door 1 à 2 stille zetten, slaat wit toe met een winnende combinatie.
De eerste zet is natuurlijk 1. 38-32.
Het logische antwoord is 1. … 3-8.
Op 1. … 2-8 wint 2. 24-19 13×24 3. 33-28 24×33 4. 28×17 (of 28×19, maakt niet uit) 12×21 5. 39×19 14×23 6. 27×16.
Het koelbloedige 1. … 12-17 is ook grappig. Na 2. 33-28 22×33 3. 39×8 2×13 moet wit nog even puzzelen. Dank zij de finesse 4. 44-39! 20-25 5. 48-42! 14-19 6. 42-37 19×30 7. 39-33 30×28 8. 32×21 komt zwart nergens.
Goed, dus 1. 38-32 3-8.
Hoe nu verder?
2. 48-43
Op 2. … 20-25 volgt altijd schijfwinst door 24-19 en 33-28. Er blijven twee mogelijkheden over:
2. … 12-17 3. 33-28 22×33 4. 39×19 14×23 5. 34-30 23×25 6. 44-39 20×29 7. 39-33 29×38 8. 27-21 17×28 9. 43×5.
Zwart kan dit oordeel nog een zet uitstellen.
2. … 2-7 3. 50-45.
Op 3. … 7-11 volgt nu 4. 24-29 13×24 5. 34-30 25×23 6. 33-29 24×33 7. 39×6.
Dus (daar gaan we weer, mooi genoeg om het te herhalen):
3. … 12-17 4. 33-28 22×33 5. 39×19 14×23 6. 34-30 23×25 7. 44-39 20×29 8. 39-33 29×38 9. 27-21 17×28 10. 43×5.

