Het spel en de knikkers…
Hijken DTC slaat ook toe in de beker: de dubbel is binnen!

Benjo Verberkt speaking   aflevering 3

Ja, dammers en heren, de dubbel is binnen! Na de zinderende beslissingswedstrijd tegen Huissen (..u weet wel, geachte lezeres, die wedstrijd waarin Hans Jansen in het zeer late middenspel met weinig middelen een briljante scoop uithaalde; in zijn rubriek in de Volkskrant was Ton Sijbrands hier lovend over; ook Ton was bekoord door ‘de Hans-Jansen-shuffle…), waarin we het landskampioenschap binnenhaalden, sloeg Hijken opnieuw toe in de nationale beker. Fantastisch!
Nu zult u zeggen, geachte lezeres, dat u vanuit de reguliere pers en overige media ter ore is gekomen dat de bekerwinst toch echt naar ‘De Witte van Moort’ is gegaan. Misschien heeft u een puntje. Kritische lezeressen zullen ongetwijfeld wijzen op de foto, te zien op toernooibase, waar te zien is dat Wirny, Mol, Hessing en Salome met de beker prijken. Het lijkt er inderdaad op dat Hijken de dubbel op een (Wester)haar na heeft gemist. Niets is echter minder waar! Het gaat om het spel, niet om de knikkers! De dubbel is binnen! Ik leg het u later uit!
Op 21 juni vertrok een ernstig verzwakt Hijken DTC naar Huissen voor de bekerfinale. Een aantal van onze meest geduchte bekercracks (Kor de Groot, Wouter Sipma, Auke Scholma en Benjo Verberkt) moesten verstek laten gaan. Gelukkig waren vaandeldrager Hans Jansen en meesterknecht Henk Kalk wél van de partij. En van de invallers Roel Boomstra en Jan Mente Drenth (géén familie van piramidekoning Otto) mocht enige compensatie verwacht worden.
Geachte lezeres, ik bespaar u de details. Van de kwartfinale, waarin tegen het altijd lastige CTD Arnhem Hans, Henk en Jan Mente de poort keurig gesloten hielden en de keurige overwinning van Roel de doorslag gaf: 5-3.
Ik bespaar u ook de details van de halve finale tegen Rijnsburg, waarin de meesterlijke remise van Henk een logisch vervolg kreeg in overwinningen de overige drie: 7-1.
En ik bespaar u ook de details van de finale tegen Witte van Moort. De grootmeesterlijke afwikkeling die Roel nam tegen Wirny (u kunt dit nazien op toernooibase) was nét niet voldoende voor winst. En ook de voordelige stand van Jan Mente, met schijfwinst tegen Hessing, leidde niet tot winst. De remise van Hans kon tenslotte het feit niet goedmaken dat Henk, tegen de altijd sluw spelende Salome, in een zeker niet mindere stand in een verdekte combinatie vloog: 3-5!
En jawel, dammers en heren, u zult nu dus zeggen: Hijken DTC heeft de finale verloren, niks geen dubbel! Niets is minder waar: de dubbel is binnen! Ik leg het u uit:

De dubbel is binnen!

Geachte lezeres, laat ik het even inleiden: Het is een waar genoegen om in Het Koelhuis, het clubgebouw van Huissen, te spelen. Vriendelijke mensen. Lekkere gehaktballen. Ik zelf mocht dit voorjaar meespelen in ons tweede tiental in het promotie/degradatie duel tegen Geleen. Voor een plaats in de hoofdklasse. Mijn tegenstander (zijn naam is me even ontschoten) was een uiterst aimabele Limburger. Nou, aimabel? Niet helemaal waar! Hij verdedigde zich op een naar mijn gevoel té kranige wijze tegen mijn ronduit verpletterende centrumaanval. Dit resulteerde na een vijftigtal zetten in onderstaande remisestelling (het is me even ontschoten welke kleur ik had).
Nu deed zich het probleem voor dat we op dat moment met 10-6 achter stonden. Rik Smit speelde ook nog. Hij zat als een Theo Laseroms achter het bord. Die ging dus winnen!
En, geachte lezeres, dat stelde mij dus voor het probleem: ‘Nu moet ook jij aan de bak; en hoe win je nu deze remisestelling?’ Tom Poes: verzin een list.
Nu heb ik het voordeel dat ik over het algemeen vrij snel speel. Ik dank dit aan mijn wijlen vader, zelf in zijn tijd een verdienstelijk dammer. Hij zei altijd tegen mij: ‘Jij moet snel spelen! Niet te lang nadenken, dat komt jouw spel niet ten goede; zeker met jouw beperkte verstandelijke vermogens!’
Ik had zelf nog 20 minuten op de klok. Mijn tegenstander nog maar 2 minuten. Tijd dus voor een tactische manoevre. Tijd dus om mijn tegenstander in verwarring te brengen: 1. 28-23(!!). Geachte lezeres: na bijvoorbeeld 12-17 blijft zwart volgens mij binnen de remisemarge. Maar daar gaat het niet om! Ik voelde dat mijn tegenstander gretig was om een bevrijdende dam te halen. En ik speculeerde erop dat hij zou zien dat het halen van een dam op veld 47 niet mogelijk is vanwege 23-19, 23-19, 13×24, 5-46, 47×29, 63-31, 26-37, 5×45, 12-17, 45-50, 17-21 en 45-33. Uit! Dus koos mijn tegenstander voor de ‘veilige’ weg: 1. …42-48. Na mijn logische voortzetting 2. 23-18, 13×22, 3. 05-37. 48×31 en 4. 36×07 hoorde ik achter mijn rug een Russisch/Limburgse dame fluisteren: ’Gut gespielt. Hij komt op tijd op dam. Ies remise.’ Waarna mijn tegenstander na het logische vervolg 4. …26-31, 5. 07-01(!!), 31-37 6. 01-23, 37-42 en 7. 23-29 mij de hand kon schudden. En na de fraaie winst van Feyenoorder Rik was promotie naar de hoofdklasse voor ons tweede team nagenoeg een feit!
Nu zult u zeggen, dammers en heren: ‘wat deze lange inleiding nu te maken met de bekerwedstrijd en het behalen van de dubbel?’ Ik leg het u uit:
Niets is mooier in het damspel dan in een dun standje met volop remisemarges in zicht (zoals in het fragment hierboven) met scherp spel de winst binnen te slepen. Hans Jansen deed dit in de beslissingswedstrijd om het landskampioenschap. En om vrij met Madonna te spreken: ‘Oeps, he did it again!’ In de voorronde van de beker op 7 juni. Tegen Dios Eibergen. In mijn vorige column wees ik erop dat mét deze ‘dubbel’ de ‘Hans-Jansen-shuffle’ was geboren! Het mailtje dat Hans mij stuurde begon met: ‘Hoe mijn tegenstander heette ben ik vergeten…. Maar het was wél een aardig potje’. En toen ik de partijnotatie bekeek (…wat een afwikkeling en wat een charmant einde…) wist ik het zeker: de dubbel is binnen!!!!
Dammers en heren, kijk mee, huiver en geniet!
Hans, spelend met zwart, had deze stand op het bord getoverd. Wit aan zet: 1. 30-25. Deze zet is overigens verplicht. Met elke andere zet zou wit zich verstrikken in het net van vastloopvarianten dat Hans voor hem had gespannen. De afwikkeling die nu volgt is waarlijk fraai, zeker voor een sneldampartij: 1. … 24-30 (!) 2. 25×14 19×10 3. 28×08 30×48 4. 08-02 07-11 5. 02×16 15-20 6. 38-33 48-37 7. 35-30 10-14 Let wel: natuurlijk is Hans niet bang voor de damvangst die wit in het spel heeft gevlochten! 8. 45-40 17-21 9 36-31 (Wat mij betreft een volstrekt onbegrijpelijke zet; maar ja; u kent mijn verstandelijke vermogens……..) 9. … 37×26 10. 40-35 21×32 11. 16×49.
De tegenstander verkeert inmiddels in hevige tijdnood. Wellicht denkt hij in deze stand: Kip, ik heb je!’ Hij dreigt immers met een twee om drie af te wikkelen naar een (3 om 1) remise-eindspel. Hans Jansen had het echter veel beter gezien: 11 … 26-17(!) 12. 30-24 20×38 en 49×20. Op het moment zijn linkerwijsvinger in de richting van zijn kroonschijf bracht gaf de witspeler onthutst op.
Wat is de les van dit alles, dammers en heren? In de levensfilosofie van uw columnist draait het maar om één ding: ‘het spel en de knikkers’. En, jazeker, Witte van Moort: ‘van harte gefeliciteerd met het resultaat! Jullie hebben de beker! Jullie hebben de knikkers!’ En voor de spelers van Hijken DTC geldt de allerminst schrale troost: ‘Wij hebben Hans Jansen. Wij hebben de shuffle. Een dubbele Hans Jansen shuffle. Die dubbel is binnen!’
Ik wens u zonnige zomermaanden toe!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.