Is dammen een kinderspel?

27-02-2018

Henk de Witt (in een email aan KNDB, Bondsraad en diverse dammers)

 

Is dammen een kinderspel?

Volkskrant-ombudsman Jean-Pierre Geelen schreef op 23 februari jl. een openhartig, genuanceerd stuk over de beëindiging van de rubriek van Ton Sijbrands. Bijna terloops stond er een zinnetje in over het imago van het dammen. Schaken staat voor ‘intellectueel’, dammen is een ‘kinderspel’. De beeldvorming van dammen als kinderspel bestaat zeker in landen als Italië en Frankrijk, daar kan ik uit eigen ervaring over mee praten. In Nederland ligt de negatieve beeldvorming breder: ‘Saai’, ‘ouwe mannetjes in achterafzaaltjes’ enz. Huisdammers kunnen in familie- en vriendenkring niemand meer vinden om tegen te spelen. Lid worden van een damclub is twee bruggen te ver. Uiteindelijk gaan ze bridgen of wordfeud spelen.
Nog maar vijftig jaar geleden werd dammen gezien als een respectabele denksport. Allereerst wil ik vaststellen dat er maar één verantwoordelijke is voor de snelle ommekeer ten kwade in de beeldvorming: de damwereld. De damwereld dacht (en denkt in meerderheid nog steeds) dat men zich niet hoeft aan te passen aan veranderende tijden. De buitenwereld moet zich aanpassen. Boze brieven aan de Volkskrant bevestigen dit beeld nog maar eens. Hoewel ik de denkwijze van behoudende dammers ken, heb ik toch weer met stijgende verbazing het egocentrische karakter van sommige brieven gelezen. ‘Ik ben al heel lang abonnee en lees ’s zaterdags als eerste de rubriek van Ton Sijbrands’, was de teneur van verschillende brieven. Ja, als dammer kan ik me dat goed voorstellen. Maar 99% van de Volkskrantlezers las deze rubriek niet als eerste, sterker zij lazen de rubriek in het geheel niet. De boze briefschrijvers bevestigen dat de damwereld het contact met de bevolking is verloren. De vraag zou natuurlijk moeten zijn: ‘Waarom leest 99% de damrubriek niet?’ En vervolgens ‘Wat kunnen wij doen om het imago van de damsport te verbeteren? Waaraan moet een damrubriek voldoen om aantrekkelijk te zijn voor een breed lezerspubliek?’

Gezien mijn leeftijd geniet ik de twijfelachtige eer dat ik de snelle verandering van het imago van de damsport heb meegemaakt. Ik kan zelfs een duidelijk omslagpunt aanwijzen. Dat was de WK-match Sijbrands-Andreiko, 1973. De ‘match van de eeuw’ werd in de publiciteit de ‘match van de geeuw.’ Twintig partijen, achttien remises. Dit had voor de damwereld een waarschuwing moeten zijn, een zeer serieuze waarschuwing. Korte tijd later bleek dat genoemde match geen incident was. Rond 1980 was dammen definitief een remisesport geworden. De damsport was dood. Maar nog niet begraven, mits de damsport zich snel zou aanpassen. Natuurlijk gingen er stemmen op om dat te doen. Topdammers als Jannes van der Wal, Rob Clerc en Anatoli Gantwarg lieten van zich horen. In 1984 was er het Volmactoernooi waarin geëxperimenteerd werd met een telling die later bekend zou worden als Delftse telling. Echter, alles was aan dovemansoren gericht. De damsport, ooit in hoog aanzien, bleek gedomineerd te worden door beperkte geesten die van geen verandering wilden horen. Diverse bestuurders lieten weten dat ze de vele remises helemaal niet erg vonden. Dat is misschien een te respecteren, vreedzaam standpunt, maar hoe komt dit op de buitenwereld over? Als kind heb ik nog het spelletje boter-kaas-en-eieren gespeeld. Leuk, tot je wat ouder werd en erachter kwam dat als beide partijen goed opletten, het altijd in remise eindigde. Topdammen is een boter-kaas-en-eieren spelletje geworden. Op een oneindig veel hoger niveau, dat wel, maar toch.
Dezelfde beperkte geesten die elke aanpassing hebben geblokkeerd zijn echter niet onder de indruk. Als organisator van toptoernooien waarin het aantal remises sterk werd gereduceerd kreeg ik tal van verwensingen naar mijn hoofd. ‘Die Delftse telling van jou is flauwekul.’ ‘Dit is geen damvernieuwing maar damvernieling.’ Toen wij een keer de telling 4-0, 3-1, 2-2 vervingen door 2-0, 1½-½, 1-1, kreeg ik een reactie van een KNDB-bestuurder: ‘Zie je wel, je vertrouwt je eigen telling niet, je hebt hem alweer veranderd.’ Nu zou je kunnen denken dat deze bestuurder weinig begrip had van getalsverhoudingen. Dit was niet het geval, hij was als wiskundige verbonden aan een universiteit. Een bondsraadslid meende dat je met de Delftse telling Nederlands kampioen zou kunnen worden door louter remises te spelen (sic). Hij bracht het later tot KNDB-voorzitter. Foppe de Haan zou zeggen ‘Dit is geen hoog niveau.’ Tegenwoordig zijn de reacties weer wat anders getint. Of ik soms denk dat de leden zullen toestromen als er minder remises worden gespeeld. Dat denk ik helemaal niet. Een provinciale bestuurder die tegenwoordig erg actief is op het forum had een ‘eureka-moment’. Dammen was een ‘symmetrische’ sport, daar horen nu eenmaal remises bij. Wartaal dus. Later bedacht hij iets anders. Het remiseprobleem was geen probleem van de damsport, maar van topspelers als Alexander S. en Alexander G. Wie zijn dat nou weer, vraagt u zich misschien af. Verdachten in een remiseproces?

Beperkt denkende mensen breng je zomaar niet op andere gedachten. De een houdt een ronkend verhaal in de bondsraad. Strekking: gewoon even een paar blikken vrijwilligers opentrekken en die vrijwilligers goed opleiden. Hoppa! Een ander maakt zich druk voor het op grote schaal verspreiden van goedkope bijbels.. herstel, damborden. Dan gaan de mensen vanzelf weer dammen. Denkt hij.
Een eenvoudige waarheid is aan hen niet besteed: Een negatief imago betekent dat mensen niet bij jouw club willen horen. Per definitie, dit hoeft niet bewezen te worden. Oxfam Novib kan ervan meepraten. De blikkenopener zou zich eerst eens kunnen afvragen wat zijn eigen rol is geweest, en nog is, in de teloorgang van de damsport. De bijbelverkoper kan zich afvragen of zijn klanten weer in het scheppingsverhaal gaan geloven als ze het maar genoeg onder ogen krijgen.

Tijd voor een afronding:
* Dammen als sport is dood, al zo’n veertig jaar, de bond zag niets in reanimatie
* Het corpus is nog niet definitief begraven, maar ruikt sterk
* Het grote publiek, media en sponsors houden niet van een dode sport
* Sommige dammers bedrijven graag de liefde met een dode sport
* Het grote publiek en een minderheid van de dammers walgt hiervan
* Dammen is voor kinderen, die in de middelbare schoolperiode zullen afhaken
* Dammen is voor ouderen, die al heel lang dammen. Het zal hun tijd wel duren
* Dammen is voor een klein groepje jonge, goed getrainde, zeer sterke spelers
* Zij zijn gedoemd veel, waanzinnig veel tijd te besteden aan het spelen van remise tegen

elkaar
* Wil je genieten van topdammen? Van echte spanning, strijd en beslissingen in de

Champions League van het dammen?
* Zoek dan geestverwanten en organiseer zelf toernooien
* Hou necrofielen en bijbelverkopers op afstand
* Ik adviseer topdammers om een eigen organisatie op te zetten
* Wil je een leuke club? Stop met die ene lange partij op de clubavond
* Organiseer meer leuke, gezellige sneldamavonden, geef de club meer een sooskarakter
* Ga niet in een lullig zaaltje zitten, maar zoek een mooie locatie
* Daar willen mensen best iets voor betalen, een avondje in het café kost ook gauw € 25
* Streef naar een gemengde club, 30% vrouwen binnen tien jaar is zeker haalbaar
* Verwacht niets van de bond, de bond heeft de damsport dood laten gaan
* De bond heeft aan het ‘bevorderen van de damsport’ een heel aparte uitleg gegeven
* Toch heeft de bond nog nut, denk aan de nationale competitie en opleiding van talenten

De tijd van dammen als hooggewaardeerde denksport is voorbij en komt niet meer terug. Plaatselijk is het opzetten van een leuke club en organiseren van mooie toptoernooien zeker nog mogelijk. Het geeft veel voldoening om daarbij te zijn, en nog meer om daaraan een bijdrage te leveren.

Reactie Wim van Mourik

 Laat ik maar beginnen met het feit dat ik zelf een van degene was die heeft gereageerd naar de Volkskrant.  En ja, ik voelde mij getergd, omdat het weer een verlies van aandacht is voor het damspel.

Henk klimt in de pen en brengt onder woorden wat velen met hem mee voelen.   Het aanvullen van ervaringen kan misschien leiden tot weer nieuwe initiatieven.

In 1982 begon ik met mijn rubriek Curiosa in het Jeugd-damspel.  Wat mij voor ogen stond was een leuke uitdagende rubriek maken voor de jeugd. Leuke berichtje, rare spelletjes met schijven, opmerkelijke standen enz.

Mijn ervaring als jeugdbegeleider was, dat kinderen dat hartstikke leuk vinden!   Je geeft ze een leuk grapje mee naar huis!  Dat wordt getoond aan vader/ moeder / broertje enz.  Doel was ook om “een dammertje” dat wat minder goed in het spel was iets aan te reiken waar hij thuis en op school mee verder kon.    Positief gevoel krijgen over iets “slims” met een simpel schijven grapje.  Wat wil je nog meer.

Zo had ik tussen ca 1975 en 1981 in Leersum zo’n 15 kinderen onder mijn hoede.   Vanaf 1982 damde ik in Amersfoort.   Twee leden namen de jeugddamclub over.  Een half jaar later waren ze uitgeschreven bij de KNDB en voor het merendeel vertrokken!

Geen feeling met de kinderen?  Alleen maar stug dammen?   Vertel het maar!

Als ik bij een andere vereniging wel eens “meekijk” bij de kinderen, dan zie het trainingsgedoe al.   Het moet vooral gericht zijn op “scoren van een diploma”. Er moet getraind worden om hogerop te komen.  De minderen vallen vanzelf af: verloren voor de damsport!   Als ik vraag: Doe jullie ook wel eens andere leuke dingen op het bord, dan word ik verbaasd aangekeken!  Wat dan, meneer (dat mag als je 67 bent)?   Dan laat ik een schijvengrapje zien en komen de anderen kinderen er ook bij.

Maar dan verschijnt de jeugdleider of andere oudere dammer (die er niets van snapt !)    Ja, dat is geen dammen!  Wat heb je daar nu aan!   Ze moeten hier leren dammen!

Vaker heb ik naar voren gebracht waarom er geen leuk kinderboek is waarbij deze dingenkunnen samen gaan: gekke spelletjes met schijven  ( transformatie van muntenspelletjes aan de bar zijn het vaak);  leuke afbeeldingen ( cartoons en nog veel meer  — mijn verzameling beslaat inmiddels  bijna 2400 damspel-afbeeldingen over meer dan 700 jaar ) en beginnend dammen ( tot uiteraard ook beter   en nog veel beter dammen !

Noem mij een damboek dat de kinderen zelf leuk vinden! [ Veel keus is er niet !)    Nee, niet de mening van een oudere dammer, die aangeeft dat – “dat” –  een leuk boek is voor kinderen

Over aandacht voor andere facetten van het damspel het volgende:

In de onderwijsuitgave De Vacature had Gerhard Bakker ooit een bijzondere serie : Dammen in den beginne.     Hij bracht met allerlei illustraties de “wording van het damspel in beeld, maar begaf zich ook op andere terreinen: het molenspel, het Fries damspel etc.   Daarmee geef je een hele schare lezers (uit nota bene de onderwijs wereld ! ) eens een heel ander inkijkje in de denksport.

Rob Clerc nam de rubriek over van Philip de Schaap in Elseviers Weekblad   en deed binnen de beperkte ruimte die hij daarvoor had, min of meer hetzelfde :  niet alleen dammen etaleren, maar met illustraties de lezer een “bijkomend” beeld geven van alles wat met dammen te maken heeft.

Het Damspel

Inmiddels schrijf ik meer dan 35 jaar mijn rubriek (Nu: Panorama; ondertussen al nummer 104 — en ik heb nog genoeg stof tot 100 jaar  ).  De overgang naar Het Damspel op krantenpapier en minder pagina’s heeft helaas ook mij een pagina minder ruimte gegeven.  In deze rubriek breng ik de vele facetten van het damspel naar voren: kunst, oude borden, uitgewerkte onderwerpen etc.   Ja, ik besef dat ik daarmee maar een klein bereik heb: de damwereld (en dan nog alleen degene die mijn rubriek lezen). Ook ik ken mijn beperkingen.

Nooit had ik gedacht dat ik internationaal lezingen zou geven voor de International Board Games Studies Association (vanaf 2011 — en nu weer in Athene).  Ook deze groep van ca 70-80 deskundigen vanuit de hele wereld is niet de doelgroep waar de Nederlandse Damwereld wat aan heeft!  Het gevolg van deze lezingen is dat er publicaties tot stand komen die er anders niet waren geweest, zoals ik in mijn vorige rubriek heb geschreven.

Wat wil ik er eigenlijk mee zeggen?   Henk heeft in een kritisch stuk een leidraad aangegeven om de damwereld “te porren”.   In een uiterste poging om ergens weer wat peper in een voortschrijdend, hopelijk opgaand, proces te krijgen.  Dat hangt weer van mensen af!  Mensen zullen het moeten gaan doen.   Binnen het afkalvende ledenbestand zullen mensen op moeten staan om iets te gaan ondernemen, op wat voor terrein dan ook.

Wie zich geroepen voelt, die weet het nu: er is werk aan de winkel.

Dat het kan zie ik in mijn eigen omgeving bij WSDV Wageningen.    De jeugdleider Gerard Zijlema en enkele andere leden nemen de jeugd mee opsleeptouw.  En uit die jeugd is Jan Groenendijk voortgekomen.  Momenteel genieten we evengoed van Machiel Weistra en de volgende jeugdspelers die het hopelijk ook weer gaan maken: Akosh Kardos en Ivar Smijers.   Bij de meisjes hebben we ook een leuke groep. Misschien met even goede resultaten in de toekomst.

En, het begint al op school waar Gerard de jeugd warm krijgt voor het dammen.  Ik ben er getuige van omdat ik in een van de lessen een interactieve presentatie geef over dammen en damspelgeschiedenis. Hartstikke leuk om te doen!

Hoe zo de jeugd wil niet dammen?    Het is anders om: de dammers willen niet naar de jeugd !

Reactie Theo van den Hoek

 Ongeveer een half jaar geleden heb ik – helemaal in de geest van Henk, maar zonder ad hominem-stekeligheden –  eens een tekstje de damwereld in gestuurd onder de titel “weg met de remise”. Ik heb er diverse positieve reacties op gekregen, maar tot nu toe nooit enige vorm van follow-up gezien.

Nu we net weer hebben kunnen zien dat overal elders in de sportwereld een verschil van een duizendste seconde voldoende kan zijn voor goud en wereldroem, waag ik het erop dit stukje nog eens ter overdenking naar jullie toe te sturen. Wel met een paar kleine aanpassingen, naar aanleiding van een eerdere stimulerende emaildiscussie met diezelfde Henk de Witt…

 De KNDB verkeert in een crisis, die uiteindelijk draait om één basisvraag: hoe brengen we de voortdurende ledendaling tot stilstand en bereiken we weer een beetje groei? Met oprechte waardering voor deltaplan-makers, dambordjesverspreiders en andere goede bedoelers, er is naast hun op zichzelf mooie en belangrijke ‘PR-acties’ één ding nog belangrijker: maak het dammen zelf als sport aantrekkelijker! Hieronder doe ik een voorstel.

WEG MET DE REMISE

 Dammen en schaken zijn de enige individuele wedstrijdsporten waarin een gelijkspel  (remise) mogelijk is.

In alle andere sporten is er altijd een winnaar. De winnaar van de wedstrijd wordt bepaald door meting van de geleverde prestatie (zoals bij atletiek of zwemmen),  doordat er in sets gespeeld wordt (zoals bij tennis of darts.), door een jury-beoordeling (zoals bij turnen en vechtsporten), of desnoods (zoals bij Go) door een administratieve truc in de puntentelling om remise uit te sluiten..

Kortom: bij alle andere individuele wedstrijdsporten is het altijd “erop of eronder”: er wordt gestreden om winst-of-verlies; de uitslag “gelijkspel” kennen ze niet.

… en dat is geen positief selling point voor dammen en schaken.

Wie zoals ik regelmatig dam- of schaakles geeft, weet hoeveel moeite het aan beginners kost om “remise” als uitslag van een partij te accepteren. Kinderen willen in een stand van wederzijds een dam altijd graag nog een kwartiertje doorspelen (want je weet nooit hoe een koe een haas vangt), en in een stand met materiaalverschil voelt het voor de speler met materiaalvoordeel al helemaal als onrechtvaardig dat er als uitslag “remise” wordt genoteerd. Hoe kan het ook anders: in elke andere sport of spel die jongeren tegenwoordig kennen (alle vormen van gaming inbegrepen) kun je altijd alleen maar winnen-of-verliezen.  Het bestaan van de remise-uitslag is dus sowieso een serieuze handicap voor de populariteit van de denksporten dammen en schaken.

Daar komen nog drie negatieve imago-aspecten van de remise bij::

  • Op topniveau eindigen damwedstrijden akelig vaak in remise. Voor het grote publiek draagt dat bij aan een onverdiend imago van saaiheid van onze sport, en misschien ook wel ook aan een onverdiend imago van simpelheid: bij zulke remisepercentages kan een leek al gauw op het idee komen dat dammen net zoiets is als boter-kaas-en-eieren.
  • Dammers hebben de merkwaardige gewoonte om spelers die zojuist remise tegen elkaar hebben gespeeld, beiden met dat resultaat te feliciteren, alsof niet-verliezen belangrijker is dan niet-winnen. Dammen lijkt daardoor een sport voor angsthazen.
  • Dammen en schaken zijn de enige sporten waarbij de wedstrijduitslag door een overeenkomst tussen de spelers tot stand kan komen. Dat maakt de damsport vatbaarder voor matchfixing (‘afgesproken werk’) dan andere sporten. Afspraken en vriendendiensten zoals de bloedeloze remise na 40 zetten, de teamwedstrijd die in een reeks afgesproken remises eindigt omdat beide clubs “aan een gelijkspel genoeg hebben”, de speler die zijn tegenstander een plusje gunt, de speler die bewust in een remisestand opgeeft: het zijn allemaal zuivere voorbeelden van matchfixing, die in de damsport onbestraft blijven en in de meeste gevallen zelfs niet eens tot opgetrokken wenkbrauwen leiden.

 

DE OPLOSSING:

 

 

Elke damwedstrijd tussen twee spelers eindigt voortaan in een beslissing:

 

·         de huidige winstpartij wordt voortaan beloond met een 3-0 uitslag

 

·         de huidige remisepartij eindigt voortaan in een ‘kleine overwinning’ (2-1) voor een van beide spelers. Die 2-1 uitslag kan op twee manieren tot stand komen:

 

1.    (voor de radicalen onder ons): direct, door te bepalen dat de speler die materiaalvoordeel heeft met 2-1 wint, of (als dat gelijk is) dat de speler die (bijvoorbeeld) het eerst een dam heeft gehaald met 2-1 wint,

 

2.    (voor de wat meer gematigden onder ons): via een tiebreak, door na een remise de schijven weer terug op het bord te zetten (dat betekent het woord ‘remise’ ook eigenlijk!) en (in versneld tempo) door te dammen om het winnende punt.

 

Deze oplossing – die alle normale spelregels van het damspel volledig intact laat! – heeft alleen maar voordelen:

  • de bovengenoemde bezwaren worden ermee ondervangen: dammen wordt op deze manier een ‘win-of-verlies’-spel zoals elke andere individuele sport;
  • regels die de afgelopen jaren zijn verzonnen om “het remiseprobleem” aan te pakken, zoals de 40-zetten-regel om snelle grootmeesterremises te voorkomen en de plusremise om meer differentiatie in de uitslagen te krijgen, kunnen direct de prullenbak in;
  • deze puntentelling leidt tot een meer gedifferentieerde, de krachtsverhoudingen beter weerspiegelende eindranglijst van toernooien en kampioenschappen;
  • damtoernooien en teamwedstrijden worden er spectaculairder door!

Invoeringstraject

Zoals gezegd laat dit voorstel alle normale spelregels van het damspel volledig intact, en kan er in een invoeringsfase heel goed ervaring mee opgedaan worden terwijl elders in de damwereld nog conservatief aan de remise als einduitslag wordt vastgehouden.

Niets belet een club, een provinciale bond, een toernooi-organisator of een KNDB-bestuur dus om de remiseloze puntentelling voor z’n eigen wedstrijden direct in te voeren. Ook toestemming van de FMJD is voor de KNDB niet nodig, de twee systemen kunnen gemakkelijk een tijdje naast elkaar blijven bestaan.

Het enige wat wel nodig is, is de moed om dammen als moderne wedstrijdsport eindelijk eens wat sexyer te maken…

 

Reactie Arne David van Mourik

 Ter afwisseling(?) een ander geluid:

Vanmorgen heeft Margriet Oostveen, columniste van de Volkskrant, een interview met mij afgenomen, waarvan het resultaat vermoedelijk a.s. vrijdag in de krant komt (circa 780 woorden). “Reken niet op een gedegen wervingstekst, en ook geen pleidooi om de damrubriek weer terug te brengen, ik schrijf gewoon over gepassioneerde mensen in het land. Zo krijgt de damsport toch wel de nodige positieve aandacht.” Dit is ongeveer de insteek geweest.

Maar het wordt denk ik wel iets bijzonders. Margriet heeft onder andere aantekeningen gemaakt over een PowerPoint-Presentatie met duizenden afbeeldingen van het damspel in de kunst en lectuur (WAvM op afstand!), over het fraaie jubileumboek van de KNDB (2011), over jonge damtoppers (Boomstra, Groenendijk, Wolff, Van IJzendoorn), over de verschillen tussen partijspelers en problemisten.

Ze werd steeds enthousiaster, en kon oprecht genieten van ‘de Mona Lisa onder de damproblemen’, de (ex-)Guerra over drie dammen. Dat die drie dammen zomaar op een rijtje verschijnen is ook echt leuk, of zelfs “thrillend”, om te zien, en dat met de ‘echte spelregels’. Dat het overblijvende standje ook al door Spanjaarden werd bekeken, vijf eeuwen geleden, dat vond ze ook het noteren waard. Even reizen in de tijd.

De woorden imago, saai, remise(dood) en krimp zijn niet gevallen. Wel: beperkte zichtbaarheid, te veel afleiding (met juist een kans voor dammen om, net als bij schaken, de concentratiemodus van jongeren terug te krijgen) en beeldvorming (waarom is schaken er wel in geslaagd op scholen veel belangstelling te creëren?)

Het kan wel, mensen boeien voor het damspel, maar het blijft mensenwerk. Ondanks dat mijn promotie voor het maken van damproblemen, bijvoorbeeld al 21 jaar in Nijmegen, weinig navolging heeft gekregen doet me verdriet, maar ik ga stug door. Het ledenbestand van de KvD is gestegen, niet gedaald, dus dat is een plus. De laatste jaren bespeur ik een nieuwe fase: partijspel en problematiek zijn sinds lange tijd weer bij elkaar gekomen en online liggen daar zeker nog veel meer mogelijkheden.

Mijn motto: laat de veelzijdigheid van ons spel zien, dan komt het helemaal goed. En eigenlijk weten we dat allemaal.

Margriet liet mij blozen: “Jíj had de damrubriek in de Volkskrant moeten schrijven! Dan was ‘ie vast niet verdwenen.” Waarmee ze bedoelde: variatie, variatie, variatie, en relatief weinig techniek, want dat kunnen de dammers elders veel meer vinden en het interesseert de lezer niets, die wil verrast worden met verhaaltjes en verslagjes over actuele en historische wetenswaardigheden. (Niet voor niets heeft de Volkskrant vandaag een nieuwe column geopend: van oud-wielrenner Peter Winnen. Hoezo bezuiniging?)

Als dammer las ik de rubrieken van Ton Sijbrands graag (heb er sinds 1995 niet één gemist), maar als lezer had ik liever gezien dat Hans Ree de damrubriek schreef. Diens ‘Mijn Schaken’ is mijn favoriete schaakboek – nauwelijks techniek! Ik zie niet veel schaaktechniek, eigenlijk alleen de serie boeken van Böhm en Afek. Ook daarvan zijn er geen duizenden verkocht. Jongeren (onder de dertig) kopen geen boeken en bij veel oudere dammers en schakers staan de kasten al vol.

Margriet: “Lezersonderzoek is schrikbarend: ons lezerspubliek is 40+ en de leeftijd blijft stijgen”. Wat dat betreft is het verlies van de damrubriek in de Volkskrant geen loodzwaar verlies: nog een paar decennia en de kranten zelf gaan eraan. Alles gaat online in niches (afgezien van een paar grote onderwerpen, zoals vers nieuws en voetbal, die overal “oppoppen”). Hoe trek je mensen naar een damniche?

Met de scores voor dampartijen zal ik me niet veel bemoeien, dat is volgens mij slechts één van de aspecten die de damsport aankleven, veel remises op topniveau. Als iemand het al doet, beginnen over veel remises, zeg ik wel dat ik pleit voor ‘gecombineerd dammen’ op het hoogste niveau: dus elke ontmoeting kent daar een partij met normaal speeltempo en standaard twéé sneldampartijen (met een van tevoren afgesproken tempo, het interesseert de buitenstaander niet of dit “rapid”, “blitz” of “superblitz” is). Eindigt die extra dubbel ook gelijk, dan is de uitslag remise, anders wordt het 2-0 of 0-2. Zo laat je de gebruikelijke oude telling intact maar in de praktijk zal het aantal overwinningen wel stijgen.

Bij elke club zal het toch zo zijn dat de onderlinge competitie weinig remises kent? Dat is ook altijd een handig wapenfeit als iemand over ‘remisesport’ begint.

Met hoopvolle groeten,

Arne

P.S. De column van Jean-Pierre Geelen vond ik overigens niet zo genuanceerd. Je kunt eraan aflezen dat hij zelf schaker was (is). Met het afgebeelde fotootje, de subtitel en diverse andere zinnetjes werd toch niet de indruk gewekt dat dammen en bridge sneuvelen en juist schaken (in andere vorm) doorgaat…

Reactie Henk de Witt

 Beste Arne,

Dit ziet er goed uit! Ben zeer benieuwd naar het artikel.

Toch een kritische kanttekening. Dat dammen een fascinerend spel is, daarover zijn we het eens. We zijn beiden dammers nietwaar. Ik heb nooit moeite gehad om de diepgang en de schoonheid van het spel te demonstreren. Onder collega’s, onder vrienden, in vakanties als mensen mij bezig zagen met het zakdambordje, bij demonstraties op scholen voor kinderen en ouders. Altijd weer die verbazing, grofweg samengevat ‘Wat een fascinerend spel, ik heb altijd gedacht dat het een simpel spelletje was.’ Dit negatieve imago is van recente datum, nog niet zo lang geleden stond dammen als denksport in hoog aanzien. Er moet dus iets gebeurd zijn. Dat is de pointe van mijn artikel. Ik beschrijf vrij precies wat er gebeurd is. In 1973 was er opwinding rond de ‘Match van de eeuw’, de WK-match Sijbrands-Andreiko. ‘Match van de eeuw’, laat dit even tot je doordringen. Dammen stond in 1973 dus nog in hoog aanzien. Mee eens? Gaandeweg de match ontstond teleurstelling. ‘Match van de eeuw’ werd ‘Match van de geeuw’. Dit hoefde nog geen definitieve omslag te zijn in de publieke opinie. Een finale in de Champions League is soms ook niet om aan te zien. Rond 1980 was het duidelijk, elke WK-match was een ‘Match van de geeuw’ geworden. Remise, remise, remise. Ik maak een sprongetje naar 1994. Mart Smeets ging de uitslag onthullen van de veertiende partij (of vijftiende of zestiende) in de WK-match Wiersma-Tsjizjov in Studio Sport. Hij pauzeerde even en zei ‘Dit raadt u nooit..’ liet weer een pauze vallen, ‘de partij is geëindigd in..(pauze) ..Remise!’ Gelach in de studio, kennelijk van cameramensen en andere medewerkers, zeer ongebruikelijk. Dammen op topniveau was een lachertje geworden. Nu kunnen jij en ik de diepzinnigheid en schoonheid van het spel promoten tot we een ons wegen, ons bereik is beperkt, tegen een massamedium waar meer dan twee miljoen mensen naar kijken en waar dammen onderwerp van spot is zijn we kansloos. Van gewaardeerde denksport waren we dus in betrekkelijk korte tijd onderwerp van grapjes en spot geworden. Zoals gebeurd zou zijn met elke sport met een dermate hoog remisepercentage. Ik ben zo onbescheiden om te stellen dat mijn analyse op feiten is gebaseerd en dat er geen speld tussen te krijgen is. Kreten vanuit de damwereld als ‘Dit heeft niets met remise te maken!’ ‘We moeten die Mart Smeets gewoon eens uitleggen dat een remisepartij heel mooi kan zijn.’ ‘Dammers hebben helemaal geen probleem met remise.’ beschouw ik niet als weerleggingen van mijn analyse. Verre van.
Al in 1973 dacht ik waarom laat je de twee beste spelers van de wereld eigenlijk alsmaar remise tegen elkaar spelen? Wat is de zin hiervan? Wie wordt hier blij van? Dammers? Publiek? Sponsors? Zoals je weet stopte ik rond die tijd met dammen om pas tien jaar later weer te beginnen. Mijn hernieuwde kennismaking met de damwereld was voor mij een cultuurschok. Er was nog steeds geen enkel besef dat we zo niet door konden gaan. Trouwens nu nog niet. Begin deze eeuw kwam ik in de gelegenheid om zelf toptoernooien te organiseren waarin geëxperimenteerd werd met diverse scoringssystemen die het aantal remises in meer of mindere mate reduceerden. Dammers die anno 2018 nog roepen ‘Er is helemaal geen remiseprobleem!’ kan ik gelijk geven. Er is helemaal geen remiseprobleem. We zeggen hetzelfde, maar ik vrees dat we iets heel anders bedoelen.

Inmiddels is m.i. te laat. Dammen is zo’n marginale denksport geworden dat er geen weg terug is. Ook in de sport gelden de evolutiewetten. Wie zich niet tijdig aanpast is gedoemd te verdwijnen. Maar het verdwijningsproces zal nog tientallen jaren, misschien meer, in beslag nemen. Het alsnog nemen van gepaste maatregelen kan het uitsterven nog eens flink vertragen. Dus, toch maar doen.

Arne, het is prachtig dat je Margriet Oostveen hebt kunnen boeien en dat zij er een artikel aan zal wijden. Een diepe buiging voor jouw doorzettingsvermogen. Vandaag bracht Max Pam een ode aan Sijbrands. Het zal de neerwaartse trend niet (meer) kunnen keren, maar elke positieve publiciteit doet de damliefhebber goed.

Reactie Johan Krajenbrink

Zoveel reacties, niet reageren is géén optie, oftewel: een paar korte punten/opmerkingen van mijn kant:

  1. Ik neem aan dat stuk van Theo vd Hoek zijn weg vindt naar bijv. wedstrijdcommissie KNDB? Ik zelf denk na+stuur het aan spelersvertegenwoordigers Winkel+Meurs.
  2. Er zit gelukkig genoeg energie+leven in onze damwereld, zie bijv. actie+reactie op “DamZ! DamSet” van Kosters+VD Veen. 14 april Voorthuizen!
  3. Geheim van bijv. Wageningen en Lunteren zit hem in voortreffelijke jeugdleiders+Damschool DZWV (samen trainen in de regio).
  4. Distributiedag+jeugdleidersdag op 14 april in Voorthuizen, met 9000 DamZ! DamSets en de Aanvalsplannen van de KNDB.
  5. Tot slot: ik heb zelf als trouwe lezer van de Volkskrant een paar acties gezet, zonder veel resultaat helaas…
  6. Tot slot: heeft Uw club al DamZ! DamSets besteld bij zending 1 (14 april) of reeds voor zending 2? Solidariteit is ook heel fijn.

Reactie Henk de Witt  05-03-2018

Beste allemaal,

De reactie van Johan Krajenbrink is het soort standaardreactie binnen de damwereld. Met alle respect, het is geen antwoord op mijn analyse in het artikel ‘Is dammen een kinderspel?’ Ik beschrijf de omslag die zich in de beeldvorming heeft voltrokken, in een korte periode tussen 1973 en 1985.

Kort door de bocht (veel te kort door de bocht, ik gebruik een grove simplificatie om het imagoprobleem even scherp neer te zetten):

Van prestigieus denkspel naar kinderspel. Volkskrant-ombudsman Jean-Pierre Geelen moet zijn ‘kinderspel’ ergens vandaan hebben. In 1973 zou deze kwalificatie in een groot Nederlands dagblad volstrekt ondenkbaar zijn geweest.

Johan was aanwezig op het symposium in 1995 in Leeuwarden waar gepraat werd over vernieuwing in de damwereld. Men maakte zich toen al zorgen over de neergang van het dammen in de media, over de afnemende belangstelling van sponsors. Ik was daar ook en ben me rot geschrokken.

Aan de orde kwamen de recente denigrerende grapjes van Mart Smeets in Studio Sport n.a.v. de WK-match Wiersma-Tsjizjov. Ik zal de reactie van een symposiumdeelnemer nooit vergeten: ‘We moeten die Mart Smeets eens uitleggen dat een remisepartij heel mooi kan zijn.’ Instemmend gemompel was zijn deel.

Enig besef dat de damwereld zelf misschien aanleiding had gegeven tot het maken van grappen, besef dat het tijd was voor aanpassingen, ontbrak geheel.

Mart Smeets moest zich aanpassen, Studio Sport moest zich aanpassen. Besef van het verwoestende effect van denigrerende grappen op een massamedium met enkele miljoenen kijkers ontbrak trouwens ook.

Dit besef ontbreekt anno 2018 nog steeds, gezien ook de reacties op het opheffen van de rubriek van Ton Sijbrands in de Volkskrant. De damwereld maakt zich niet druk om het feit dat 99% van de Volkskrantlezers de rubriek niet las en hoe dat zo is gekomen. Of het technische karakter van de rubriek, dat in ruim veertig jaar geheel onveranderd is gebleven, nog van deze tijd is. Ton Sijbrands hoeft zich niet aan te passen, de damwereld hoeft zich niet aan te passen, de Volkskrant moet de eisen van de damwereld inwilligen.

Johan benadrukt de energie+leven in de damwereld. De resultaten van succesvolle jeugdleiders. Johan is zelf zeer succesvol waar het gaat om het opleiden van talent en verdient daarvoor alle lof en waardering.

Nederland beschikt over een groep jonge wereldtoppers. Echter, dit heeft de gestage daling van het aantal dammers, de tanende belangstelling van de media niet kunnen stoppen. Ik meen in de periode 1986-2008 in Delft te hebben aangetoond dat het anders kan. Theo van den Hoek zal zich nog kunnen herinneren dat hij hartelijk moest lachen toen hij een uitnodiging voor een vrouwentoernooi onder ogen kreeg waarin een maximaal aantal van 60 deelneemsters werd genoemd. Zoveel vrouwelijke leden had de bond niet eens.

Die 60 deelneemsters kwamen er, van wie 30 recreanten. De zaal liet niet meer deelneemsters toe, vandaar. De toptoernooien begin deze eeuw zijn in onze ‘Alzheimersamenleving’ (Max

Pam) al weer bijna vergeten, dus ook dat topdammen zonder deprimerend remisegedoe heel wel mogelijk is. Het gaat mij niet om een opsomming van alle activiteiten, maar om de geheel andere benadering van het damspel die er achter zit. Ook wat betreft het jeugddammen. Niet zo de nadruk leggen op training en prestatie, die arme kinderen moeten al zoveel.

Laat ze gewoon lekker dammen. Wel een goed aanbod voor talenten met ambitie uiteraard.

In 2009 kreeg ik erkenning voor mijn promotie van het damspel van de zijde van de Koninklijke Nederlandse Dam Bond. De toekenning van de Promotie -en Vernieuwingsprijs. In dank aanvaard. Maar enige nieuwsgierigheid naar vernieuwend denken, evaluatie van de resultaten, nee dat heb ik niet aangetroffen. De bond doet voort op de traditionele wijze.

De reacties op het verdwijnen van de Volkskrantrubriek wijzen niet op een verandering van denken. Dat valt ook niet te verwachten. Dammers gaan lang mee, erg lang. Denkpatronen zijn taai. Er komen nauwelijks nieuwe mensen binnen met een andere manier van denken. Die zouden ook tegen de muur lopen.

Weinig aantrekkelijk. Vijf jaar geleden publiceerde Bert Dollekamp zijn artikel ‘Koester de krimp’ in Het Damspel. De aanleiding was de opheffing van zijn clubje in Harkstede. De strekking:

laten we accepteren dat we met steeds minder dammers zijn en de mooie dingen koesteren. Niet zo slecht bekeken. De mensen die nog geloven in een ommekeer, die zich daarvoor inspannen, wens ik uiteraard alle succes!

Henk

Hieronder column van schaker Hans Meijer (11 februari 2018)  schaaksite.nl:

Het einde van de denksporten en de laatste schaker                                              

De Koninklijke Nederlandse Bond voor Bordspelen (KNBoBo) was maar een kort leven beschoren. Voorzitster Máxima gaf er de brui aan toen half Nederland over haar heenviel omdat ze geen goede beschrijving van de identiteit van ‘dé schaker’ kon geven. Ze heeft nog een foto van een morsig type in een sleets ruitjesjasje laten zien en hem ‘dé schaker’ genoemd maar daar kwam ze niet mee weg. Volgens een lid van het journaille was het de foto van een verdwaalde onderbonder en dit heerschap is de maat van alle schakers had hij met lichte spot in zijn stem gevraagd. Na deze persmuskiet furieus ‘¿Por qué no te callas?’ (Waarom hou je je mond niet?) toegesnauwd te hebben was ze opgestapt. Einde KNBoBo.

Is er na het opheffen van de KNBoBo nog toekomst voor dé denksporten? Ik vrees van niet. Ik stel dan ook voor dat we de KNDoDo oprichten. De KNDoDo is een sterfhuisconstructie voor denksporten. Het is de bond waar denksporten die, net als ooit de dodo, op het punt staan uit te sterven zich als lid aan kunnen melden. In deze column stel ik vier kandidaat-leden voor.

Tot 1994 werden er in Zoetermeer vijftien keer denksportkampioenschappen georganiseerd waar honderden denksporters aan deelnamen. Van hen streed een klein groepje mannenbroeders om de damtitel. Dammen was toen al ettelijke keren bijna dood verklaard. Om het damspel van het remisère virus te redden bedacht Jannes van der Wal doordammen, nieuwlichterij waar streng gelovigen als Ton Sijbrands niets van wilden weten. Een veeg teken was het afstoten van de damrubriek van Frank Drost door Trouw. Als zelfs een christelijk dagblad al niets meer in het damspel zag dan was het einde wel zeer nabij. Er zijn nu nog vierduizend dammers over, drieduizend minder dan in 2007, en terwijl het water al boven hun lippen staat damt dit taaie volkje hardnekkig door.

Elders in de zaal speelde een nog kleiner groepje go-spelers dit, volgens Jan Joost Lindner, buitenaards spel. Hoewel ze het zelf niet leken te beseffen was er toen al niet veel hoop meer voor ze. Go liep een verloren race en het wachten was op het moment dat de go-spelers dit zelf in de gaten zouden krijgen. Er zijn nu nog zo’n 500 gospelers over, zo’n 350 minder dan in 2007.

Bij de bridgers zag het er beter uit. Zij bezetten verreweg het grootste deel van de zaal en keken wat meewarig naar de schakers, dammers en gospelers. Bridge scheen de toekomst te hebben. Schijn bedriegt echter. Wie weet wie de wereldkampioenen bridge zijn? Niemand toch. De redacties van NRC en Trouw kennelijk ook niet want die schrapten hun bridgerubrieken. Ook bridge is niet meer wat het geweest is en bevindt zich op een hellend vlak op weg naar het einde. Nederland telt plus-minus 115.000 bridgers. Dat lijkt veel. Hun gemiddelde leeftijd is echter 64 jaar en ook bridgers worden ouder. Het is een kwestie van tijd en er zullen er niet veel meer over zijn.

Bij het schaken sleepten toppers als Willem Broekman, Hans Meijer, Henk Noordhoek, Joost Mostert en Sjaak Sibbing de felbegeerde titel van schaakkampioen van Zoetermeer in de wacht. Ook wij schakers hebben lange tijd gedacht dat de toekomst er fantastisch uitzag. Als Jan Timman in Rio de Janeiro een stuk verzette werden de persen bij De Volkskrant gestopt en als Anatoli Karpov in Baguio City een blauw bekertje met yoghurt kreeg aangereikt haalde de rel die erop volgde de voorpagina´s. Alles werd anders toen computers het schaakspel onder controle kregen en elke onderbonder zich een grootmeester kon wanen. Het aantal schakers liep vanaf dat moment gestaag terug naar ongeveer 23.500 nu. Ook kranten trokken hun conclusies. Trouw stopte met de schaakrubriek van Herman Grooten en NRC Handelsblad halveerde die van Hans Ree. Nu ploeteren Gert Ligterink bij De Volkskrant, Hans Ree bij NRC Handelsblad en Hans Böhm bij De Telegraaf plichtmatig voort en is het wachten op het moment dat zij door hun hoofdredacteuren met pensioen gestuurd worden. Als zij vertrekken zal het ook in deze kranten Sudoku zijn wat de klok slaat. De laatste schaker kan dan het licht uit doen.

1 Response to Is dammen een kinderspel?

  1. In 1 zin: een geweldig betoog. Er is altijd perspectief of toekomst. Het plezier dat de jeugd(afdeling) van Het Noorden onder leiding van Danny Staal heeft, idem Winschoten en Hoogeveen, zijn hoopvolle vonken. Een belangrijk iemand zei een tijdje geleden “Yes, we can”. Kijk waar de energie zit en wie er wat wil. Dammen is de leukste rekentoets! Het goede nieuws is volgens mij dat het instapniveau laag is en kinderen vervolgens ontdekken dat er veel niveaus en variaties zijn. Tijd voor een Donkey Kong versie van dammen in 3D met vele levels die je moet halen?

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.