Hilko Koning

Mens en machine

“enkele fragmentarische beschouwingen”

‘Er is blijkbaar bijna niemand die in de eenvoudigste machine de triomf ziet van het verstand over een oceaan van geploeter’ [1]

Op 7 mei 1959 hield de Britse wetenschapper C.P.Snow in Cambridge een invloedrijke lezing waarin hij stelde dat het grootste struikelblok in het intellectuele leven van de westerse beschaving  de splitsing betrof in twee culturen; de natuur-  en geesteswetenschappen (‘science en humanities’).

‘A good many times I have been present at gatherings of people who, by the standards of the traditional culture, are thought highly educated and who have with considerable gusto been expressing their incredulity at the illiteracy of scientists. Once or twice I have been provoked and have asked the company how many of them could describe the Second Law of Thermodynamics. The response was cold: it was also negative. Yet I was asking something which is the scientific equivalent of: Have you read a work of Shakespeare’s? I now believe that if I had asked an even simpler question—such as, What do you mean by mass, or acceleration, which is the scientific equivalent of saying, Can you read? — not more than one in ten of the highly educated would have felt that I was speaking the same language. So the great edifice of modern physics goes up, and the majority of the cleverest people in the western world have about as much insight into it as their Neolithic ancestors would have had’ [2]

‘Koud en negatief’. Men kan er gevoeglijk wantrouwen en kritiek aan toevoegen.

In de woorden van Laurens Verhagen [3]:

‘Kritiek op ‘de’ techniek komt vaak van mensen die geen kaas hebben gegeten van techniek. Dat is niet iets van de laatste jaren, dat deed Heidegger ook al vanuit zijn plaggenhut in het Zwarte Woud terwijl hij luisterde naar de stilte van het Zijn’… ‘Volgens sommigen wordt onze relatie tot de computer gekenmerkt door een haat/liefde verhouding. Wat wil zeggen dat we ofwel totaal van de computer houden, ofwel hem volledig afzweren en haten. Een tussenweg zou er niet zijn. Inderdaad kom je de beide polen vaak tegen. Beide houdingen zijn evenwel even stompzinnig te noemen en komen voort uit een fundamenteel gebrek aan inzicht in de techniek. Aan de ene kant zie je een welhaast metafysisch wantrouwen. Men vindt het allemaal maar eng. Logisch, want men snapt niet hoe een fietsbel werkt, laat staan een computer en men is daar nog trots op ook’. [2]

‘trots en eer’ Rudy Kousbroek [1]:

‘Er zijn maar heel weinig mensen die zich erop laten voorstaan dat zij nooit lezen. Maar in zogenaamd beschaafd gezelschap kan iemand rustig zeggen: ‘Voor de exacte vakken had ik op de middelbare school altijd een onvoldoende.’ Dat is niet alleen geen schande, maar zelfs een soort eer. Als gevolg van bepaalde tradities en mythes denken veel mensen dat tekortkomingen op dat gebied niet wijzen op een gebrek aan intelligentie, maar integendeel juist op begaafdheid op een ander terrein: ‘goed in talen’ is een veelgehoord voorbeeld. Mij persoonlijk is daarvan nooit iets gebleken. Zelfs in de korte periode dat ik het beroep van wiskundeleraar heb uitgeoefend merkte ik algauw dat de uitblinkers in mijn klas ook uitblonken in alle andere vakken; niet alleen in wiskunde maar ook in talen, zowel in natuurkunde als geschiedenis. Ook het omgekeerde was onmiskenbaar: de uitgesproken domkoppen uit mijn klas waren overal dom in, niet alleen in de exacte vakken’. [1]

Bèta’s mogen zeker niet lui achter over hangen en het wordt meer dan de hoogste tijd dat zij iets aan de dramatische internetproblematiek gaan doen om het geboefte dat al wel een beetje kan praten maar nog niet zo goed kan tellen (ja geld) het hoofd te kunnen bieden. Eén van de vele huiveringwekkende voorbeelden in ‘De correspondent’ [4]. Verder moeten bèta’s nadrukkelijk de vinger aan de pols houden. Ik meende dat het in een column van Hans Ree was die stelde (ik zal hem ongetwijfeld niet goed citeren) ‘Universiteiten zijn afgehaakt, kwaliteit wordt als een vorm van discriminatie beschouwd en uitzonderlijkheid is niet meer de norm’.

Een werkelijk tenenkrommend voorbeeld van deze neergang wil ik u niet onthouden. In de Nationale Wetenschapsquiz (2014) hadden let wel, een internist-endocrinoloog en een hoogleraar robotica individueel de finale gehaald. Er restte nog één beslissende vraag om de felbegeerde eerste plaats. De vraag luidde: ‘Hoeveel zenuwcellen bevatten onze hersenen bij benadering’. Het gaat er natuurlijk niet om dat je het antwoord behoort te weten (100 miljard, nieuwste tellingen rond de 80-86 miljard). De antwoorden waren echter bizar en stuitend tegelijk namelijk respectievelijk tien miljoen en één miljoen!! Dan heb je dus werkelijk geen flauw benul hoe groot een menselijke cel is.

Hoe ver staat de maan van ons verwijderd? ‘Nou ik schat tussen de 3 en 30 kilometer’.

-Dammen, schaken, pokeren en go.

Toen de toenmalige wereldkampioen schaken Garry Kasparov in 1997 door IBM’s Deep Blue werd verslagen toonde hij zich niet bepaald een goed verliezer. Een niet ongewoon beeld. Verliezen van een computer doet blijkbaar pijn.

Usain Bolt doet de 100 meter in 9.58 seconden met een gemiddelde snelheid van 37,6 km/h. Max Verstappen heeft na 1.8 seconden al een snelheid van 100 km/h. De lezer vindt dit een misplaatste vergelijking? Waarom? ‘Ja maar, wanneer we Usain Bolt een proefstart laten maken in Verstappen’s bolide komt hij ook in de buurt’ Heel juist! Een formule 1 auto en een computer zijn, afhankelijk van wat men wil bereiken, allebei stukken gereedschap. Om de één of andere duistere reden kunnen sommigen dat van een superieure computer maar moeilijk verkroppen. Wen er echter maar aan.

Mocht u het gemist hebben. In maart 2016 verpletterde het computerprogramma AphaGo (Google DeepMind) de Zuid-Koreaanse Lee Sedol, de 18-voudige wereldkampioen Go en recentelijk (januari 2017) hadden vier van de beste pokerspelers in de wereld Dong Kim, Jason les, Jimmy Chou en Daniel McAulay geen schijn van kans tegen het pokerprogramma Libratus (Carnegie Mellon University of Computer Science). Libratus won 1,7 miljoen dollar in chips. Gelukkig voor het viertal werd er niet om echt geld gespeeld.

De partij tussen de Nederlands damgrootmeesters Gérard Jansen en Hein Meijer (Nationale Clubcompetitie 2005/2006) deed toentertijd heel veel stof opwaaien. Gérard Jansen wist in deze partij de Woldouby stelling in winst om te zetten. Zou deze beroemde positie dan toch gewonnen zijn? Nee! De allereerste 8 stukken eindspeldatabase van de Amerikaan Ed Gilbert maakte in 2009 aan alle onzekerheid een eind. Men zie.

gj_hm_1

 

Tot dusverre had Hein Meijer in de partij, volgens de huidige inzichten, nog niet verloren gestaan. Echter na 66: … 39-50? staat zwart in het diagram volgens Gilbert’s eindspeldatabase verloren.

 

 

gj_hm_2

 

Op zijn beurt geeft Gérard Jansen in het linker diagram hier de analytische databasewinst met 72: 15-10? weer uit handen. Meijer speelde echter 72: … 50-06? en staat analytisch opnieuw verloren.

 

human-computer symbiosis

‘A riveting case for why big innovations are ahead of us… if we think of computers as our teammates’ [5]

‘You can’t find a terrorist by pushing a button’… ‘Solving big problems is not a question of finding the right algorithm, but rather the right symbiotic relationship between computation and human creativity’ [6]

Niemand met een voldoende denkraam zal het bovenstaande ontkennen.

Na zijn verloren match tegen Deep Blue in 1997 bedacht Garry Kasparov een nieuw concept ‘Advanced Chess’. Het idee was dat mens en computer spelen als een team tegen een ander eenzelfde combinatie. Dus samenwerken in plaats van elkaar bestrijden. Een variant is ‘freestyle chess’ waarin het consulteren van complete teams (van experts) is toegestaan. Het grote voordeel is dat het blundervrije partijen van hoog niveau oplevert. Het was een elegant idee en de resultaten tegen ‘computer alleen’ waren soms uitstekend. Dat was toen.

Bij de meeste eindige denkspellen kan de computer het tegenwoordig prima alleen af.

Wederom, wen er maar aan.

(1)    Rudy Kousbroek – ‘Einsteins poppenhuis’
(2)    C.P. Snow – ‘The two cultures and the scientific revolution’
(3)    Laurens Verhagen – Intermediair 3 juli 1997
(4)    Tokmetzis/Martijn – ‘Dit zijn de stalkers, gluiperds en snelle jongens die je de hele dag achtervolgen’ De Correspondent Lees verder
(5)    Erik Brynjolfsson – ‘The key to growth? Race with the machine’ TED april 2013
(6)    Shyam Sankar – ‘The rise of human-computer cooperation’  TED september 2012

1 Response to

  1. hilko says:

    Volkskrant 19 oktober 2017

    ‘s Werelds beste go-speler verliest van AlphaGo

    ‘Mensen hebben zich duizenden jaren lang verdiept in het spelen. Nu vertelt een computer ons dat we er naast zaten. Ik denk dat we niet eens de basics van Go weten.’ De enige oplossing volgens ‘s werelds beste go-speler Ke Jie: helemaal opnieuw beginnen en in de leer gaan bij de computer. Dacht hij nog in januari. https://www.volkskrant.nl/tech/zelfs-s-werelds-beste-go-speler-is-nu-overtuigd-de-mens-is-inferieur~a4444426/

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.