Otto Drenth

Afgelopen dinsdag is in zijn woonplaats Emmen op 92 jarige leeftijd Otto Drenth overleden, zestien maal Drents Kampioen en tot op hoge leeftijd steunpilaar van het Drents Tiental. Een portret van een markant dammer door voormalig teamleider Evert Dollekamp.
 

Natuurlijk is er aandacht in het DvhN, zoals dat bij veel eerdere gelegenheden (71, 80, 87) het geval was.

Evert Dollekamp schrijft:

Ik trof op één van mijn motorvakanties Harm Top uit Klazinaveen. En vroeg hem, eigenlijk voor de gein: ‘Ken jij Otto Drenth?’ ‘Maar natuurlijk! Dat is toch die dammer? Nou, dat was een hele goeie. Dan speelde hij vijftig partijen, zo op een rij weet je wel? En dan won hij bijna alles, echt waar hoor!’ Waarmee maar gezegd is dat Drenth wereldberoemd was in Emmen en omstreken. Maar liefst zestien maal veroverde hij de Drentse damtitel, een nog steeds onaantastbaar record. En vijf maal speelde hij mee om het kampioenschap van Nederland. Hoewel de Emmenaar dat zelf niet zo’n prestatie vond. ‘Dan speelde je met de kampioen van Groningen en Friesland om twee plaatsen in de finale. Nou, dat redde ik meestal wel.’
Toen de echte glorietijd in persoonlijke wedstrijden voorbij was, maakte Drenth begin jaren tachtig een opmerkelijke comeback in het toenmalige Drents Tiental. Dat hij zijn ja-woord gaf was op zich al opmerkelijk. Niemand gaf mij als dienstdoend teamleider een kans toen ik mijn voornemen uitsprak hem te polsen. Maar zie, na de inmiddels beladen vraag kwam een eenvoudig ‘ja, goed hoor’ en vervolgde hij zonder op te kijken een partijtje sneldammen waar hij op dat moment mee bezig was.
Het was de opmaat tot een gedenkwaardige periode in de geschiedenis van het Drents Tiental. Drenth’s stijl bleek perfect te passen op de niet malse tegenstanders die hij kreeg te verwerken. De zestig al ruim gepasseerd snoepte hij menigeen een puntje af. Want remise werd het vaak, heel vaak. Het lag besloten in zijn speelstijl, immer bouwde hij zijn partijen op vanuit de naar hem vernoemde Pyramide. Een toonbeeld van eenvoud en degelijkheid. Niet spectaculair, maar voor de kenner een genot om naar te kijken. Overigens onthulde Drenth ooit zelf dat er geen diepgaande studie aan het Pyramidale Spel vooraf was gegaan: ‘Ik speel er nooit speciaal op hoor, op die Pyramide. Maar door mijn spel krijg ik nu eenmaal altijd zo’n soort stand.’ Dat nam niet weg dat hij door zijn Pyramide en granieten speelstijl een beroemdheid werd in de damwereld en tevens een uitdaging voor de tegenstander. Aan ‘zijn’ tiende bord verscheen een keur aan sterke spelers die hem wel even zouden verslaan. Het gelukte slechts een enkeling. Echter niet grootmeester Hendrik van der Zee, die negen uren lang probeerde de verdediging van de Emmenaar te slopen. Een vijf-om-twee eindspel, waarover Drenth nog tijdens de partij opmerkte: ‘Ik heb nog nooit meegemaakt, dat zoiets won.’
(even naar Turbo Dambase, partijen, nationale bondscompetitie, zo nodig inloggen / gratis aanmelden, 1990 hoofdklasse ronde 5)
Overwinningen waren schaars. Maar werden mede daarom luid bejubeld. Hilarisch was de ontmoeting met Alfons Ottink. Een verdienstelijk subtopper, die Drenth er toe dwong al kort na de opening eigenhandig zijn Pyramide te verbreken. Dat vond Drenth niet leuk en een remise-aanbod volgde. Ottink keek verschrikt op: ‘Remise?? Na dertien zetten??’, smaalde hij. Arbiter Wim Los kon het ook al niet geloven. ‘Heb je remise aangeboden Otto?’ ‘Jaaa, maar dat telt nu niet meer!’ Om vervolgens in grootse stijl te winnen.
(Turbo Dambase, nationale bondscompetitie, 1986 hoofdklasse ronde 2)
Het was ook in die jaren dat Otto Drenth de geuzennaam De Grootmeester verwierf. Door zijn gave techniek, zijn postuur en perfect grootmeesterlijk profiel was duidelijk dat hier iemand aan het werk was die er verstand van had. Of zoals viervoudig Nederlands damkampioen Hans Jansen het ooit uitdrukte in een commentaar op Drenth’s bijna gewonnen partij tegen oud-wereldkampioen Anatoli Gantwarg: ‘Voor de oppervlakkige toeschouwer is nauwelijks te zien wie hier de echte grootmeester is.’
(Turbo Dambase, nationale bondscompetitie, 1989 hoofdklasse ronde 2)
Met het klimmen der jaren werd het echter steeds lastiger het hoofd boven water te houden. Zelf was hij daar altijd erg nuchter onder. En realistisch. ‘Als je een betere voor mij hebt, moet je die nemen’, klonk het regelmatig. En hij hield zijn eigen score nauwlettend in de gaten, waarover hij ooit zei: ‘Ze hebben er ook niks aan als ik alleen maar grote nullen inbreng.’ Zover heeft De Grootmeester het niet laten komen. Tijdig maakte hij plaats en vertrok met een erelidmaatschap van het Drents Tiental onder de arm naar rustiger vaarwater. Want dammen bleef hij zolang het kon. En fanatiek bleef hij ook. Zo kon damclub Hoogeveen op weinig begrip rekenen toen zijn team werd opgeleukt met ‘van die jonkies die het allemaal nog moeten leren!’ Winnen wou die, en dat kon nu eenmaal niet met dammers die er geen kaas van hadden gegeten.
Maar waardering was er ook als dat naar zijn mening op zijn plaats was. Zo trad hij als tachtiger met zijn team aan tegen de grote belofte Joel Palmans. De zaken gingen De Grootmeester niet helemaal naar wens en hij bood dan ook in het vroege middenspel remise aan. ‘Nou, die kwajongen wou gewoon doorspelen hoor!’ En dat mocht hij wel, zo’n instelling. Wat hem niet verhinderde ook hier, net als tegen Ottink, de partij in winst om te zetten. Over het spel van de jonge talentvolle spelers had Drenth overigens een aardige visie: ‘Die jonge jongens spelen veel meer systemen en gaan langs diepe afgronden, maar aan het eind komen we toch vaak op hetzelfde uit. Vertel mij dan maar eens welke methode beter is’. Natuurlijk leed Drenth ook zijn nederlagen. Enigszins paradoxaal ging de Emmenaar daarbij juist tegen de zwakkere speler wel eens hardhandig onderuit. Een echte kruk was aan hem niet besteed. Vergelijk het met Johan Cruijff, die de groten der aarde moeiteloos passeerde, maar aan de linksback van bijvoorbeeld VAKO 4 hopeloos de bal verspeelde.
Maar wat altijd zal blijven is de Pyramide van Otto Drenth. Verweven in het logo van Hijken DTC, de fusieclub van Damclub Hijken en het Drents Tiental, zal het iedere dammer herinneren aan de Grondlegger van het Pyramidale Spel. Een bescheiden mens zonder kapsones. Dat was ook Harm Top helemaal met mij eens. Otto Drenth is 92 jaar geworden, hij laat zijn perfecte Pyramide van Otto Drenth achter.
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.