Dikke winst in Westerhaar schrale troost voor het Eerste

Door Wouter Sipma

Een goed seizoen, dat was het. Met 135 bordpunten hebben we op dat gebied het op één na beste resultaat behaald, alleen Volendam had er 2 meer. Toch zijn we door mede door twee 11-9 nederlagen niet hoger dan de vijfde plaats geëindigd. De laatste ronde tegen Witte van Moort was in dat opzicht ook weer typisch, nu lukte alles: 15-5!

We stonden voor aanvang van de wedstrijd vijfde en drie punten voor op de nummer 6 en we zouden alleen nog kunnen stijgen bij een wel heel onwaarschijnlijke misstap van de teams boven ons. Iedereen kon dus vrij spelen en deed dat ook. Martin en Roel overklasten hun tegenstanders (Hilberink en Twiest) zonder genade, Jacob lijkt weer helemaal terug met een fraaie klassieke zege op Miksa en Wiebe en Wouter waren hun tegenstanders (Hessing en Mol) in tijdnood te slim af. Verder haalde Nick een verdienstelijke remise tegen kopman en meermalig vice-wereldkampioen Wirny en had Jan Ekke gemakkelijk spel tegen de sterke Salomé, met remise. Aleksej (vs Aalberts), Michiel (vs Remeijer) en Hans (vs Barkel) zullen zich er van tevoren wat meer van hebben voorgesteld; hun tegenstander speelden echter goed, met remise als resultaat.

Hilberink-Dolfing

Nevenstaande stand zegt eigenlijk al genoeg. Martin had al een tijdje wit in een korte-vleugelopsluiting en daar kwam zelfs ook nog een lange-vleugelopsluiting bij. In plaats van opgeven speelde wit nog even door en gaf een paar zetten later een schijf, maar dat mocht natuurlijk niet baten.

Twiest-Boomstra

Roel speelde een strak-positionele partij, door gedurende de hele partij de onevenwichtigheden in de witte stand uit te buiten. Als gevolg bleef wit met een passief klaverblad (35, 30, 25) zitten. Toen Twiest op een gegeven moment ook nog 39-34 speelde, was het helemaal over. Daarmee zette hij vier schijven buitenspel en daar profiteerde Roel grappig van (zie diagram). Wit gaf dan ook maar op.

Bord 5: Mol-Sipma (I)

Ikzelf speelde eigenlijk een slechte partij, maar wist dat goed te maken in het eindspel. In nevenstaande stand is het met zwart aan zet natuurlijk verschrikkelijk voor zwart, maar gelukkig was wit aan zet en dat maakt het onduidelijk. Mogelijk was 34-30, 25×43, 38×49, 20-25, 24-20, 15×24, 29×9, 18×38, 9×7, 17-21, 32×43, 21×41, 7-1, 26×37, 1×5 met remise. Echter, met het oog op mijn tijdnood probeerde Mol (die overigens ook niet veel tijd had) nog een winstpoging: 38. 23-19 14×23 39. 28×19 17-22 40. 29-23?! (32-28? 10-14!) 18×40 (20×40? 39-34! en zwart kan niet echt goed slaan, bijvoorbeeld: 40×29, 33×24, 18×20, 27×7 13×24, 7-2!) 41. 27×7 20×29 42. 33×24 40-45.

Bord 5: Mol-Sipma (II)

Ik taxeerde dit eindspel als beter voor zwart, aangezien de witte schijven allemaal in het midden staan. Vooral de schijf op 31 staat slecht en zou effectief kunnen worden aangevallen. 43. 7-1 45-50 44. 38-33 50-45 45. 1-6 45-1 46. 31-27 (zie diagram rechts). Echter toen ik op de klok keek, zag ik dat ik nog slechts 20 seconden had (en Mol ±2 minuten. Aangezien ik mijn notatie niet goed had bijgewerkt besloot ik dat ik in ieder geval nog 7 zetten zou doen. 46. … 10-14 Dat is één. 47. 19×10 15×4 Twee. En een vangstelling! 48. 33-28? 8-12? Drie. Ik dreig met damvangst. Maar dat kan hij wel voorkomen (winst was al 48. … 1-18! en wit gaat veel schijven verliezen; wit kan met 28-23?! de zwarte dam nog wel vangen, maar dat kost teveel schijven). 49. 27-22 Wat te doen? De dam zou beter op veld 2 kunnen staan, dan dreig ik met 13-19. Kan dit? Na 22-18 moet hij zelf slaan, 24-19 en 22-18 lijkt ook niet slecht voor me. Dan maar doen! 49. … 1-7?! Vier. 50. 39-33? 7-2! (zie het volgende diagram)

Bord 5: Mol-Sipma (III)

Vijf. Of nog maar vier? Of zes? Laat ik maar gewoon doorspelen tot ik het echt niet meer weet. Wat moet hij eigenlijk doen? Ik zou het niet weten. 13-19 dreigt echt, 6-1 kan niet en 24-20 en dan 6-1 kan ook niet! (op dit moment verloor hij ook zijn resterende tijd, maar speelde nog door in vermeende tijdnood; ik had natuurlijk ook geen idee dat we al 50 zetten hadden)  51. 24-20? 51. 25×14 Oeh, gaat hij hierna echt 6-1 doen?? 52. 6-1? YES. Het klopt toch wat ik zag? Toch? Toch? Nog 1 seconde; snel! 52. … 4-9! Oh hij heeft ook nog maar 1 seconde. 53. 1×5 Hier liet ik mijn klok maar lopen. Mijn tegenstander had ook door dat we de zetten wel gehaald hadden én dat 9-14! komt, waarna ik bijna alle schijven eraf sla en gaf dus maar op. Een enerverend einde!

Bord 9: Hessing-Van der Wijk

Wiebe had een interessante partij met het thema (wel hele botte) aanval versus omsingeling. In het diagram ziet de witte stand er niet heel gezond uit met de achtergebleven schijven op 35 en 45. Het logische plan voor wit is om te ontwikkelen met 44-40 en 29-23. In de partij had Wiebe snel succes met een achterommetje: 33. … 17-21?! 34. 26×17 12×21 35. 31-26? 14-20! 36. 26×17 8-12 37. 17×19 20-24 38. 29×20 25×43! en enkele zetten later gaf wit op. Als wit in plaats van 35. 31-26 het met 44-40 had geprobeerd, had Wiebe waarschijnlijk 21-27×27! gespeeld, daarmee veld 18 ontruimend. Waarschijnlijk doet wit er op de 35e zet het beste aan om toch maar via veld 24 in de aanval te gaan, ondanks de schijven op 35 en 45. Dan staat zwart waarschijnlijk erg goed, maar goed afmaken is natuurlijk (voor in de omsingeling) een tweede.

Als toetje van dit verslag nog de analyse van Jacobs partij, geschreven door hemzelf:

Bord 8: Okken-Miksa (I)

In deze stand speelde zwart 40. … 3-8? In De Gloepe (waar de met alle drie de tientallen aten na afloop, te Diffelen, red.) was al duidelijk dat 40. … 18-23 beter is. De verdienste van deze zet is dat na 41. 27-22? 3-8 42.45-40 (of?) een zetje naar 45 volgt. Bijna gedwongen verloop na 40. … 18-23: 41. 45-40 3-8 42.40-34 8-12 43.35-30 24×35 44.33-29 12-18 45. 29-24 19×30 46. 28×8 25-30 etc met een remise-achtig afspel. Na 40. … 3-8 41.28-22 kan zwart met 41. … 24-29 nog onder het partijverloop uitkomen. Ook dan houdt wit goeie kansen. Na 41. … 18-23 (?) loopt het definitief voor wit (vervolg: 42. 33-28 15-20 43. 45-40 24-29 44. 40-34 29×40 45. 35×44 20-24 46. 44-40 8-12, red.). Met een eervolle vermelding voor 47. 40-34!

Bord 8: Okken-Miksa (II)

Best leuk het ontleden van zo’n klassiek standje. Valt veel over op te merken. In het diagram speelde ik 40-34! Dat lijkt me ook de beste. Valneris speelde in een partij tegen Zalitis (Parijs 1994) 40-35. Verloop: 23-29 (deze stand komt liefst 6x voor in Turbo, o.a. ook in een partij Sijbrands – Den Doop 1966!) 22-17 en nu speelden alle zwartspelers 12-18 om na 17-11 etc alsnog in onoverkomelijke problemen te komen. I.p.v. 12-18? levert 14-20!, 26-31, 31×31 waarschijnlijk wel een punt op.

Bord 8: Okken-Miksa (III)

Extra opmerkingen van Jacob: Met 33. … 9-14 accepteert zwart een achtergebleven schijf. Met 33. … 2-8 kan dat worden voorkomen. Op 34.25-20 kan dan gewoon 34. … 24-30 etc.; Zoals gisteren (bij analyse in de Gloepe, red.) al aangegeven, vond ik (zie diagram) 54. … 19-23 55.28×19 47-41 veel vervelender dan het gespeelde 54.47-41. Dat lijkt me nog steeds terecht. In de partij loopt het grappig uit (55. 34-29 7-12 56. 10-4 41-36 57. 4-15 12-17 58 39-34 en zwart heeft geen zet meer, dus gaf op, red.).

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.