Lieve Haffie

Het is weer zover. We kennen elkaar nu al bijna tien jaar. Hoewel ik elk jaar van je af probeer te komen, blijven we toch tot elkaar veroordeeld. Ik weet niet eens of jij het wel leuk vindt dat ik er ben. Een grootmeester is natuurlijk wel leuk voor je aanzien, maarja, voor mij zijn er tien anderen.

In de afgelopen jaren hebben we op ál die lange zaterdagen in januari en februari hebben we heel wat hebben meegemaakt. Soms gaat het makkelijk, soms moeilijker. Maar we vechten ons er altijd doorheen. Na afloop hoef ik je dan een tijdje niet meer te zien en stiekem hoop ik je zelfs nooit meer te hoeven zien. Tot in april de bittere realiteit mijn gedachten weer richting jou stuurt. Tot november weet ik ze aardig weg te drukken. Maar dan wil ik je weer graag zien en maken we een afspraak.

Eerste ronde

Zaterdag 12 januari. Hier staan we dan. Apeldoorn dit jaar. Onze eerste ontmoeting en dat nog wel tijdens de WK-match, waar ik Roel Boomstra secondeer. Ik heb dus wel andere dingen aan mijn hoofd. Goed, het is al lang mooi dat ik in de middag alweer terug kan, tegen Henk Kalk mag ik later spelen.

Ik speel tegen Rob Geurtsen. Jeweetwel, die Amsterdamse dam- en wandelliefhebber die graag praat, of je nu om 5 uur ’s ochtends in Polen in de bus naar het vliegveld zit (toch, Danny?), of niet. Heeft tegen de nieuwe toppers gedenkwaardige partijen gespeeld. Een paar keer zo’n beetje (of helemaal) gewonnen gestaan tegen Martijn van IJzendoorn, ook Jan Groenendijk had moeite. En wat te zeggen van mijn eigen partij tegen hem, een paar jaar geleden, weet je nog? Met die fraaie overbodige schijf op 41. Uitgelachen op de toptraining werd ik. En terecht. Maar ik won die partij wel.

Nu maar hopen op een soortgelijk scenario? Nee, laat ik maar een beetje op de automatische piloot spelen, rustig wat druk opbouwen. Voorbereide opening, dat is fijn. Modern spel met een randschijf op 26. Gaat wel fijn, hij is lekker aan het denken.

Diagram 1

Op een gegeven moment (Diagram 1) zie ik een normale zet, 34-30×29, die me sterk lijkt. Maar ik begin toch na te denken. Wat als hij dan (19-24) doet en vervolgens een keer terugruilt met (20-25)? Dan blijf ik natuurlijk makkelijker staan, maar dan blijft het wel lang aanschuiven. En dat was toch ook mijn doel voor vandaag? Maar ik kijk ook naar 36-31 en dan 34-30×30; echt logisch is het niet, maar heeft toch een zekere aantrekkingskracht.

Hand boven schijf 34, ik ruil ‘m gewoon. Nee, mijn hand doet de zet niet. Weer denken. Ik moet toch maar eens zetten. 36-31 is zo’n mooie zet. En voor ik het weet heeft mijn hand die zet gespeeld. Geurtsen doet (5-10). Nu moet ik ook maar door met 34-30×30. Tja, wat heb ik nu weer gedaan? Een paar zetten later zit er een vervlakking in, met als vervolg een makkelijkere aanschuifstand voor mij. Dan had ik net ook wel gewoon 34-30×29 kunnen doen.

Diagram 2

Afijn. Geurtsen blijft zijn tijd gebruiken en doet enkele zetten die mij het spel vergemakkelijken. Gebruikt hier (Diagram 2) op de 34e zet al zo’n beetje al zijn tijd, want schijf 7 ontwikkelen met 12-18 mag niet. Doet dan 17-21×22. Ja, dat zal wel een goede zet zijn, om zijn schijven naar het centrum te brengen. Ik hoopte op het alternatief (20-24) 34-30 (23-29) 30-25 (19-23) en nu zit er zo’n standaardforcing in: 33-28 (14-19) en Coup Napoleon: 35-30 (de beste, want de dam wordt toch afgenomen) (24×35) 28-22 (17×37) 38-32 (37×28) 26-21 (16×27) 31×2 (11-16) 2×11 (6×17) 39-34! (zie Diagram 3).

Diagram 3

Ziet er lekker uit, na (23-29) 34×23 (35-40) loop ik met 23 naar dam met heerlijk eindspel, want hij kan schijf 42 ook niet aanvallen: 23-19 (40-44) 19-14 (44-50) 14-10 (50-33?) 10-4! (33×47) 4-15 met winst! Maar wacht, zwart kan dat vast slimmer spelen. Ja, na (23-29) 34×23 direct (12-18!) 23×21 (16×27) 25-20 (35-40) 20-14 (40-44) 14-10 (44-49). Ik kan nog wel even de ruil eruit halen met 42-37, maar na 49-44 niet meer. Remise, jammer van zo’n leuk zetje. Lange berekening trouwens, misschien moet ik dit voorbeeld maar onthouden voor als ik weer die vraag krijg van geïnteresseerden: hoe ver kun je vooruitkijken? Nou, 17 zwarte en 16 witte zetten, 33 dus.

Waarom hoopte ik dan op het alternatief 34. … 20-24? Het zit hem in het subtiele 35. 34-30 23-29 36. 30-25 19-23 37. 39-34! 29×40 38. 35×44 en zwart heeft eigenlijk geen goede zetten (ga dit na!) en moet het verzwakkende 14-19 spelen.

Diagram 4

Terug naar de partij. 17-21×22 dus (Diagram 4). Ik heb nog zo’n 40 à 50 minuten. Goed bezig met m’n tijdverdeling. Nu is het tijd voor mij om te denken. Denkend aan trainingen met Johan Krajenbrink: wit staat nog op eigen helft en kan met zijn schijven op de rij 31-35 kiezen waar hij heen wil: 26, 27, 28, 29 of 30? Zwart staat er al met schijven op 22 en 23. Daar kan ik van alles mee gaan doen. 32-27 ligt niet echt voor de hand in verband met de 2-om-2 ruil. Met 42-37 verlies ik mijn eigen formaties. 22-28, 23-29 dreigt überhaupt al, dus blijven 31-27 en 34-30 over. Na 31-27 heb ik zeker wat flexibeler klassiek. Maar of ik echt beter sta? Een probleempje is 31-27 (22×31) 36×27 (20-24) 34-30 (8-13) 39-34? (23-29!) en zwart breekt door.

Als ik begin met 34-30 is het na (20-24) 39-34! juist wel goed voor mij. In de stand na 34-30 (20-25) 30-24 (19×30) 35×24 moet hij ook niet zijn, lijkt me. Na 23-29 kan dan 24-20 en na 8-13 kan 39-34. Ziet er goed uit. En na 34-30, 8-13 kan ik weer kiezen; misschien kan ik meteen prikken met 30-24, anders kan ook nog 48-43 gevolgd door eventueel 32-28×27. Desnoods dáár nog 31-27×27, dat is altijd makkelijker voor mij (al krijg ik dat niet rond in mijn berekeinngen). Ga er maar aan staan met zwart, met 4 minuten op de klok, zou Johan zeggen.

Zo, 20 minuten nagedacht, tijd voor een conclusie. Nog even globaal zetcontrole; gelukkig staat 48 nog niet op 43, dan zit na 34-30 dat zetje met 22-28 en 23-29 er in. Okee, 34-30! Maar zien waar hij mee op de proppen komt. (20-25), aha. Dat had ik niet verwacht.

Oh, sufkop! Wat zat je nou te slapen. Na 30-24×24 zit er een hak in: (22-28!) 33×22 (14-19) 24×11 (6×26)… Dat ik nu geen andere zet heb, wist ik wel. Maar dan had ik 30-24×24 toch wel wat beter kunnen bekijken… Nouja, het moet maar, partij voorbij. Ja, hij neemt ‘m. Remise. Jammer, jammer, jammer. Na 31-27 had ik het nog wel willen zien. Geurtsen ook, die na de partij aangaf dan onder grote druk te staan. Gelukkig is het nog maar de 1e ronde. En Geurtsen geen tegenstander waar ik per se van moest winnen. Zie de hele partij hier.

Terug naar Assen

Snel terug naar Assen, naar de match! Het is de laatste speelronde, ik wil zo snel mogelijk terug om met Roel de allesbeslissende barragedag voor te bereiden. Ik rijd mee met Henk Kalk, die gelukkig tegen Bert Aalberts speelt. Beide rustige en vrijwel gelijkwaardige spelers, dat zal wel gauw remise worden. Maar de partij tussen Roel en Schwarzman is rustig, Aalberts-Kalk niet. Bert gaat wel heel ver en Henk zou dit moeten kunnen winnen. Maar dan, na 5 uur spelen wordt het toch remise. Als we in Assen aankomen, is Roel al in het hotel…

Ja Haffie, sorry dat je het niet het belangrijkste in mijn (dam)leven bent. Zo is het nu eenmaal deze keer. In ieder geval deze ronde. Ik kom snel terug bij je!

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.